Conclusie
middelbehelst de klacht dat de bewezenverklaring niet naar de eis van de wet voldoende met redenen is omkleed, aangezien uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen dat de verdachte als medepleger en met voorbedachte raad heeft gehandeld.
Voorts is er volgens de raadsman geen sprake van een dusdanig nauwe en bewuste samenwerking bij de uitvoering van het doden van [slachtoffer] dat de verdachte als medepleger kan worden aangemerkt. De verdachte greep niet in maar daarvoor bestond ook geen gelegenheid, aangezien zij niet bij machte was om voldoende tegenwicht te bieden aan de extreem agressieve [medeverdachte] .
Bovendien kan niet worden aangenomen dat er sprake is geweest van voorbedachte raad op de dood van [slachtoffer] . Uit het dossier blijkt niet dat de verdachte de gelegenheid heeft gehad om na te denken over de gevolgen en de betekenis van hetgeen zich in de woning heeft afgespeeld en zich daar rekenschap van te geven, terwijl er belangrijke contra-indicaties aanwezig zijn tegen het bestaan van voorbedachte raad.
(i) Het geweld begint in de namiddag in de tuin van de woning aan de Domela Nieuwenhuisstraat 33 te Harlingen. Korte tijd na 16:00 uur heeft het gepleegde geweld bestaan uit het slaan met gebalde vuisten en het schoppen met geschoeide voet tegen het hoofd en het lichaam van [slachtoffer] .
(ii) Het geweld vindt nadien plaats in de woonkamer van de desbetreffende woning. Op enig moment vóór 19:30 uur heeft de verdachte een honkbalknuppel ingebracht en hebben de verdachte en [medeverdachte] met deze knuppel tegen het hoofd en het lichaam van [slachtoffer] geslagen.
(iii) Rond 19:30 uur heeft [betrokkene 1] de woning verlaten, omdat hij het geweld niet langer kon aanzien, waarna de verdachte en [medeverdachte] alleen met [slachtoffer] in de woning waren. Vervolgens hebben de verdachte en [medeverdachte] weer hevig geweld tegen [slachtoffer] uitgeoefend, onder meer met de honkbalknuppel.
(iv) Tussen 21:30 uur en 22:00 uur hebben de verdachte en [medeverdachte] de woning verlaten, terwijl zij [slachtoffer] , zwaar gewond en liggend op de grond hebben achtergelaten. Zij hebben de honkbalknuppel meegenomen en deze vervolgens neergelegd op een begraafplaats.
(v) Enige tijd later zijn de verdachte en [medeverdachte] teruggekeerd naar de woning en hebben zij geconstateerd dat de verdachte was overleden, waarna [medeverdachte] omstreeks 00:42 uur het alarmnummer (112) heeft gebeld.
In HR 27 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3167,
NJ2016/112 m.nt. Rozemond had het hof het handelen van de verdachte eveneens in fasen onderscheiden. In de eerste fase handelde de verdachte volgens het hof in een plotselinge woede, in de tweede met voorbedachte raad. De Hoge Raad achtte het oordeel dat de verdachte met voorbedachte raad had gehandeld toereikend gemotiveerd, mede in aanmerking genomen dat sprake was van een relevante langdurige tijdspanne, een samenstel van gedragingen en verschillende beslismomenten die zij in zich hadden.