Conclusie
Inleiding
Ouderlijke boedelverdeling
(tussenarrest van 23 oktober 2012, eindarrest van 13 augustus 2013 en herstelarrest van 22 oktober 2013) zijn onder meer de (omvang van de) legitieme porties van [verweerder 1] en [verweerder 2] in de nalatenschap van hun vader vastgesteld. Tevens is de vordering van [verweerder 1] strekkende tot betaling van (het restant van) de aan hem toekomende legitieme portie uit hoofde van die nalatenschap afgewezen, aangezien deze vordering naar het oordeel van het hof thans nog niet opeisbaar is, maar pas op de door [betrokkene 1] in zijn testament opgenomen momenten. Tegen dit arrest is geen beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatiemiddel
variaties, 2006, p. 15 e.v.
kanbeschikken door schenkingen te doen aan haar eigen kinderen. Het onderdeel klaagt voorts dat het hof heeft miskend dat het bestaan van de enkele mogelijkheid tot het doen van schenkingen geen omstandigheid is waaraan in een belangenafweging als de onderhavige (doorslaggevend) gewicht behoort toe te komen. Tegen de achtergrond van een en ander is het resultaat van de belangenafweging door het hof evenmin voldoende (begrijpelijk) gemotiveerd, aldus het onderdeel.