Conclusie
1.Feiten en procesverloop
faction’, een mix van feit en fictie. In het boek wordt een moord gepleegd; het personage in het boek dat de moord laat plegen heeft dezelfde voor- en achternaam als eiser.
Google Searchhelpt de internetgebruiker om, aan de hand van een of meer door hem opgegeven zoektermen, uit alle informatie op het internet de meest relevante informatie te verkrijgen. De naar aanleiding van de opgegeven zoekterm(en) weergegeven zoekresultatenlijst geeft
hyperlinks(
URL’s [3] ) weer, die verwijzen naar webpagina’s, afbeeldingen of locaties.
Google Autocompleteis een functie binnen
Google Search,die gebruikers in staat stelt sneller informatie te vinden door voorspellingen van de zoektermen te tonen terwijl een gebruiker de zoekterm intypt.
Google Searchworden verscheidene
URL’s weergegeven als zoekresultaat. De
URL’s, in het bestreden arrest genoemd onder a, b en c, verwijzen naar pagina’s op amazon.com, books.google.nl en abebooks.com, waarop informatie staat over genoemd boek van [schrijver] . De
URL,in het arrest genoemd onder d, verwijst naar een pagina van het Algemeen Dagblad waarin melding wordt gemaakt van de voormelde veroordeling van eiser [4] .
Google Searchwordt als
autocomplete-aanvulling “peter r de vries” gegeven.
online-formulier Google onder meer verzocht de onder 1.1.5 bedoelde
URL’s niet langer als resultaat te tonen bij het invoeren van eisers naam in
Google Search. Google heeft dit geweigerd bij e-mail van 21 augustus 2014 [5] .
URL’s die met zijn persoon in verband worden gebracht bij het invoeren van de naam/namen van eiser in (de resultaten van) de zoekmachine van Google;
URL’s waarin de persoonsgegevens van eiser niet (meer), althans niet (meer) volledig, worden genoemd, uit (de resultaten van) de zoekmachine van Google bij het invoeren van de naam/namen van eiser als zoekopdracht te verwijderen en verwijderd te houden;
Sommige resultaten zijn mogelijk verwijderd op grond van Europese wetgeving inzake gegevensbescherming. Meer informatie” te verwijderen en verwijderd te houden [6] ;
URL’s in haar zoekmachine in verband met de geautomatiseerde verwerking van de naam/namen van eiser voor commerciële doeleinden, dan wel het doen van publicitaire en/of andere reclame-uitingen van gelijke aard of strekking, in enigerlei vorm of op enigerlei wijze (met inbegrip van
Google Books).
2.Inleidende opmerkingen
a fair balance) worden gevonden.
private lifeen
family life) en 8 (persoonsgegevens) van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (hierna kortweg: het Handvest) wordt het privéleven beschermd. Een privacybelang kan in conflict komen met rechten en belangen van anderen. In een geval als dit zouden bijvoorbeeld tegenover elkaar kunnen komen te staan: degene om wier privéleven het gaat; de internetgebruiker die de zoekmachine van Google benut om informatie op het internet te vinden (het publiek, de geïnteresseerde downloader); Google Inc. als commerciële aanbieder van de
search-dienst (de zoekmachine); degene die de informatie op het internet heeft geplaatst (de uploader) en eventueel auteurs, uitgevers of andere belanghebbenden bij het verspreiden van de informatie die via deze zoekmachine vindbaar wordt gemaakt. De gebruikers van
Google Searchen de partijen wier informatie via de zoekmachine toegankelijk wordt gemaakt, kunnen zich beroepen op hun vrijheid van informatiegaring en informatieverspreiding (meningsuiting), zoals beschermd in art. 10 EVRM Pro, art. 7 Grondwet Pro en art. 11 Handvest Pro. Ook de exploitant van een zoekmachine kan zich beroepen op deze vrijheden. Daarnaast is in de jurisprudentie sprake geweest van de (in art. 16 Handvest Pro beschermde) vrijheid van ondernemerschap. De laatstgenoemde vrijheid, een recht dat als zodanig niet voorkomt in het EVRM en de daarbij behorende Protocollen, is door het HvJ EU omschreven als volgt:
a fair balance) worden gevonden tussen de bij het conflict betrokken rechten en belangen. In het arrest Von Hannover/Duitsland II [14] heeft het EHRM geoordeeld dat het recht op vrije meningsuiting (beschermd in art. 10 EVRM Pro) in beginsel op gelijke hoogte staat met het recht op privacy (beschermd in art. 8 EVRM Pro). Het EHRM overwoog:
public figure’?);
onlinegezet. Hiermee werd het effect van het verwijderingsverzoek ongedaan gemaakt. De veroordeelde heeft de personen gedagvaard die de publicatie
onlinehebben gezet. De voorzieningenrechter woog het recht op privacybescherming af tegen het recht op vrijheid van meningsuiting en oordeelt dat de gedaagden op grond van art. 8 sub f Wbp Pro een gerechtvaardigd belang bij publicatie hebben, waaraan het privacybelang van eiser niet afdoet.
3.Bespreking van het voorwaardelijk incidenteel cassatiemiddel
in abstractogeen rangorde bestaat tussen de conflicterende grondrechten. Het antwoord op de vraag welk grondrecht het zwaarste weegt, moet worden gevonden door een afweging van alle ter zake dienende omstandigheden.
in abstractovan de bij toe- of afwijzing van de vordering betrokken fundamentele rechten en belangen. Integendeel, het hof is in rov. 3.5 – 3.10 juist ingegaan op de
in concretobij toe- of afwijzing betrokken rechten en belangen, voor zover daarop door partijen een beroep was gedaan. In zoverre mist de klacht feitelijke grondslag. Het hof heeft in rov. 3.5 de vordering van eiser, welke was gebaseerd op bepalingen van nationaal recht (art. 36 en Pro 40 Wbp), uitdrukkelijk geplaatst in de sleutel van het Unierecht door te overwegen dat de Wet bescherming persoonsgegevens dient ter implementatie van Richtlijn 95/46/EG. Vervolgens heeft het hof –ervan uitgaande dat aldus het recht van de Unie ten uitvoer wordt gebracht [48] en in dit opzicht in cassatie onbestreden − geconstateerd dat de betrokken persoon op grond van de artikelen 7 en 8 Handvest Grondrechten kan verlangen dat informatie die op hem betrekking heeft niet langer via opneming in een resultatenlijst van de zoekmachine ter beschikking van het grote publiek wordt gesteld. Zo kwam het hof toe aan de uitleg die het HvJ EU in de zaak Google/Costeja aan de bepalingen van Richtlijn 95/46/EG heeft gegeven.
fair balance’) tussen met name dit belang en de grondrechten van deze persoon krachtens de artikelen 7 en 8 van het Handvest Grondrechten. Daarna overwoog het hof:
linkin de resultatenlijst naar de informatie kan hebben voor “het gerechtvaardigde belang van de internetgebruikers die potentieel toegang daartoe willen krijgen”. Naast (enerzijds) het belang van Google zelf en (anderzijds) het belang van eiser, betrekt het hof in rov. 3.5 uitdrukkelijk ook “het overwegende belang dat het publiek erbij heeft om toegang tot de informatie te krijgen”. In zoverre mist het incidenteel middel feitelijke grondslag.
linkin de resultatenlijst verwijst) uitdrukkelijk in de afweging had behoren te betrekken, komt het mij voor dat de klacht geen doel treft. Het arrest Google/Costeja noemt het belang van het publiek om toegang tot deze informatie te krijgen, doch niet het belang van auteurs of uitgevers om via deze zoekopdrachten ‘gevonden’ te worden, als onderdeel van de te maken afweging. Het incidenteel middel houdt niet in dat art. 7 van Pro Richtlijn 95/46 daartoe noopt. Om deze reden meen ik dat, voor zover de Hoge Raad daaraan toekomt, de klachten van het incidenteel middel, zoals hiervoor samengevat, niet tot cassatie van het bestreden arrest leiden.
4.Bespreking van het principaal cassatiemiddel
onherroepelijkeveroordeling; het hoger beroep in de strafzaak liep nog. Daarom is er volgens eiser geen sprake van een ‘bijzondere omstandigheid’ in de zin van het arrest Google/Costega.
www.rechtspraak.nlis opgesteld voor intern gebruik; niet als een voor eenieder geldende regel [55] . Ook het tijdsverloop, en daarmee het belang van het publiek dat toegang tot de informatie wenst, is onderdeel geweest van de belangenafweging [56] : in rov. 3.10 overweegt het hof dat het gaat om een
recentgepleegd misdrijf. Verder heeft het hof niet miskend dat het belang bij toegang deze informatie ook onderhevig is aan tijdverloop. Onderdeel II faalt.
met zekerheidkan worden vastgesteld dat het publiek verband zal leggen tussen het zoekresultaat en de persoon van eiser: het is al voldoende dat
een aannemelijke kansbestaat at het publiek dat verband kan leggen. In het arrest Google/Costeja heeft het Hof van Justitie zelfs tot uitgangspunt genomen dat bij een zoekactie in een zoekmachine op de naam van een natuurlijke persoon, het resultaat van die opvraging de privacy van de betrokkene ernstig kan schaden.