Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte, althans op onjuiste dan wel onbegrijpelijke gronden, heeft geoordeeld dat de betrokkene voordeel heeft verkregen uit het bewezen verklaarde handelen.
De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
tweede middelbehelst de klacht dat het hof bij de beoordeling van het verzoek rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn een onjuiste maatstaf heeft toegepast, althans dat het oordeel van het hof ontoereikend is gemotiveerd.
derde middelkeert zich tegen het oordeel van het hof dat de energiekosten voor het pand aan de [b-straat 1-2] te Wissekerke niet in mindering worden gebracht op het voordeel.