ECLI:NL:HR:2006:AU9127
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de omvang van wederrechtelijk verkregen voordeel bij ontnemingsmaatregel
In deze zaak stond de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel centraal bij een vordering tot ontneming. De betrokkene voerde aan dat het daadwerkelijke voordeel slechts ongeveer € 2.000 bedroeg, omdat een groot deel van de buit na mislukte verkoop in Italië was weggegooid. Het hof had echter een hogere waarde vastgesteld op basis van de inkoopwaarde en een schatting van 20% van die waarde in het helingscircuit.
De Hoge Raad overwoog dat bij de bepaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel, mede gelet op het reparatoire karakter van de maatregel, moet worden uitgegaan van het voordeel dat de betrokkene daadwerkelijk heeft behaald in de concrete omstandigheden. Desondanks oordeelde de Hoge Raad dat het hof niet onjuist of onbegrijpelijk had geoordeeld door uit te gaan van de hogere berekening, gezien de vastgestelde inkoopwaarde en de gehanteerde waardering in het helingscircuit.
Het cassatieberoep faalde omdat het hof voldoende had gemotiveerd waarom het lagere concrete voordeel van € 2.000 niet kon worden aangenomen. De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee de ontnemingsmaatregel van € 41.870 opgelegd door het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontnemingsmaatregel van € 41.870.