Conclusie
eerste middelklaagt over schending van de redelijke termijn in de cassatiefase.
tweede middelkeert zich tegen de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, voor zover daarin de kosten van rechtsbijstand en executie zijn betrokken. Uit de toelichting, in samenhang met het middel gelezen, leid ik af dat het middel ook de klacht behelst dat de kosten van rechtsbijstand en executie in het kader van de beslissing op de vordering van de benadeelde partij ten onrechte twee maal zijn berekend.
“Vordering van de benadeelde partij Enexis
Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
€ 300,00 (driehonderd euro).”
“1. Kosten metercontrole€ 99,012. Netwerkkosten elektriciteit€ 279,513. Elektriciteitsmeter 3e fase€ 36,304. Uurloon monteur€ 130,005. Uurloon inspecteur€ 288,006. Materialen€ 600,007. Vooronderzoek en dossieraanleg€ 53,258. Dossierverwerking en aangifte€ 106,509. Opmaken factuur€ 71,0010. Afhandelingskosten€ 106,5011. Verbruik elektriciteit€ 10.860,3812. Wettelijke rente over hoofdsom tot en met heden +PM € 298,3613. (Buiten)gerechtelijke kosten (BIK):€ 800,0014. Salaris gemachtigde€ 600,00”
bijlage 5). Op grond van artikel 592a Sv brengt een redelijke uitleg van dit artikel mee dat bij de begroting van deze kosten dezelfde maatstaf wordt gehanteerd als in civiele procedures. [4] ”
Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis. De rechtbank zal deze kosten bepalen aan de hand van het kanton liquidatietarief. In de zaak wordt aldus toegekend: 2 punten à € 150,--.
De opgevoerde schadeposten vooronderzoek en dossieraanleg, dossierverwerking en aangifte, opmaken factuur, afhandelingskosten, acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om zijn stelling dienaangaande, alsmede de meer gevorderde advocaatkosten, alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onaanvaardbare vertraging van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze schadeposten niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan zijn vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 12.593,20, te vermeerderen met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf het moment waarop de feiten zijn gepleegd.”