Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
5.Beslissing
31 maart 2015.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof had een gevangenisstraf opgelegd en een schadevergoedingsmaatregel toegewezen aan de benadeelde partij Enexis B.V., inclusief proceskosten en kosten van rechtsbijstand.
De advocaat-generaal concludeerde dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden doordat het hof de stukken te laat had ingezonden. Dit leidde tot een vermindering van de gevangenisstraf. Tevens was de toewijzing van de proceskosten aan Enexis B.V. onjuist, waardoor het toegewezen bedrag en de schadevergoedingsmaatregel moesten worden verminderd.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof voor zover het de duur van de gevangenisstraf en het toegewezen bedrag betrof. De straf werd verminderd tot een jaar, elf maanden en een week, waarvan een jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het toegewezen bedrag aan de benadeelde partij werd vastgesteld op €12.293,20. Voor het overige werd het beroep verworpen.
Uitkomst: Gevangenisstraf verminderd tot een jaar, elf maanden en een week, en schadevergoedingsbedrag vastgesteld op €12.293,20.