Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte heeft vastgesteld dat de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten, althans dat dat oordeel ontoereikend is gemotiveerd.
telenvan 52 kilogram gedroogde hennep, die de hennepdrogerij aan de [A] heeft verlaten. Daarbij heeft het hof de door het telen gecreëerde waarde van de hennepplanten aangemerkt als het wederrechtelijk verkregen voordeel.
€ 75,59
tweede middelbevat de klacht dat het hof ten onrechte is uitgegaan van een pondspondsgewijze verdeling van het voordeel, althans onvoldoende gemotiveerd het verweer dat aan de betrokkene niet zodanig voordeel is toegekomen, heeft verworpen.
Geen ontneming na vrijspraak
derde middelbehelst de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden.