ECLI:NL:PHR:2010:BM4092
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit opzetheling van gestolen goederen
In deze zaak heeft het Gerechtshof Leeuwarden veroordeelde verplicht tot betaling van 3100 euro ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit opzetheling. Veroordeelde had gestolen laptops, flatscreens en een camera verworven en voorhanden gehad, waarbij het hof het wederrechtelijk voordeel berekende als het verschil tussen de geschatte verkoopwaarde en de inkoopprijs.
De berekening van het wederrechtelijk voordeel was gebaseerd op een rapport waarin werd gesteld dat een heler ongeveer 25% van de dagwaarde betaalt bij inkoop en 50% ontvangt bij verkoop. Veroordeelde betaalde 3100 euro, wat ongeveer 25% van de dagwaarde vertegenwoordigt, en het hof stelde het wederrechtelijk voordeel vast op 3100 euro, zijnde het verschil tussen verkoop en inkoop.
De verdediging voerde aan dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de gedragingen van veroordeelde tot wederrechtelijk voordeel leidden en dat de bewijsmiddelen niet duidelijk waren. De Hoge Raad verwierp deze klachten, oordeelde dat het hof voldoende motivering en wettelijke bewijsmiddelen had gebruikt en bevestigde de ontnemingsmaatregel.
De uitspraak bevestigt de toepassing van de 25%/50%-regel als een feit van algemene bekendheid en benadrukt dat het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden vastgesteld door het verschil tussen verkoop- en inkoopprijs van gestolen goederen. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de ontnemingsmaatregel van 3100 euro wegens wederrechtelijk verkregen voordeel.