Conclusie
als verklaring van [betrokkene 1] (blz 454-456):
als verklaring van [betrokkene 3] (blz 457):
als verklaring van [betrokkene 3] (blz 461):
verklaring van [betrokkene 1]: (blz 585-587):
verklaring van [betrokkene 3]: (blz 599-599-01):
verklaring van [betrokkene 7]: (blz 599-599-04):
verklaring van verdachte:
verklaring van [betrokkene 6]: (blz 810- 811):
verklaring van [betrokkene 8]: (blz 826-827):
verklaring van [betrokkene 9]: (blz 834-835):
verklaring van [betrokkene 1]: (blz 868):
verklaring van [betrokkene 1]: (blz 872 en 873):
relaas van de verbalisant: (blz 821 en 822):
(i) Afhankelijk van de omstandigheden van het geval, zoals de aard van de zaak en de omstandigheid of en in hoeverre het tenlastegelegde door de verdachte wordt ontkend, kunnen beginselen van een behoorlijke procesorde meebrengen dat het openbaar ministerie bepaalde personen als getuige ter terechtzitting dient op te roepen dan wel dat de rechter zodanige oproeping ambtshalve dient te bevelen bij gebreke waarvan processen-verbaal voorzover inhoudende de door die personen in het opsporingsonderzoek afgelegde verklaringen niet tot het bewijs kunnen worden gebezigd.
(ii) Het onder (i) overwogene zal in ieder geval gelden indien een ambtsedig proces-verbaal inhoudende een in het opsporingsonderzoek afgelegde belastende verklaring van een persoon, het enige bewijsmiddel is waaruit verdachtes betrokkenheid bij het tenlastegelegde feit rechtstreeks kan volgen en die persoon nadien door een rechter is gehoord en ten overstaan van deze die verklaring heeft ingetrokken of een op essentiële punten ontlastende nadere verklaring heeft afgelegd, dan wel heeft geweigerd te verklaren omtrent de feiten en omstandigheden waarover hij eerder heeft verklaard.
Indien dit is geschied ter gelegenheid van een verhoor van de bedoelde persoon door de rechter-commissaris behoort deze persoon ter terechtzitting in eerste aanleg en in geval van appel ook ter terechtzitting in hoger beroep als getuige te worden gedagvaard of opgeroepen, opdat de rechter zich door eigen waarneming van de getuige een oordeel zal kunnen vormen omtrent de betrouwbaarheid van diens verklaringen dan wel omtrent de redenen van diens weigering aldaar een verklaring af te leggen. Bedoelde persoon zal eveneens ter terechtzitting in hoger beroep als getuige moeten worden opgeroepen indien hij ter terechtzitting in eerste aanleg voor het eerst is teruggekomen op zijn eerder in het voorbereidend onderzoek afgelegde verklaring dan wel heeft geweigerd een verklaring af te leggen.
(iii) Indien in de onder (ii) omschreven gevallen een getuige, die ter terechtzitting is opgeroepen, hetzij aldaar verschijnt, hetzij aldaar niet verschijnt en verdere oproeping zinloos is gebleken, staat het de rechter vrij de in het opsporingsonderzoek afgelegde verklaring voor het bewijs te bezigen (vgl. HR 1 februari 1994, NJ 1994, 427).
tweede middelbevat de klacht dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging strekkende tot vrijspraak van het ten laste gelegde nu niet wordt voldaan aan het wettelijk bewijsminimum op grond van art. 342, tweede lid, Sv wegens gebrek aan objectief steunbewijs.
derde middelklaagt dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging dat de verdachte een alibi heeft dat niet verenigbaar is met een bewezenverklaring van het onder 3 ten laste gelegde feit en dat door drie afzonderlijke getuigenverklaringen wordt bevestigd.