Conclusie
eerste middelklaagt dat het onder 3 bewezen verklaarde niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
De amfetamine in KerkdrielIn het chalet van de verdachte te Kerkdriel werd een hoeveelheid amfetamine aangetroffen (feit 3 op de tenlastelegging). De verdediging stelt zich op het standpunt dat ook anderen toegang tot dit bouwwerk hadden, en dat daarom onvoldoende vaststaat dat de verdachte wist dat amfetamine aanwezig was en daarover kon beschikken. Het hof stelt vast dat het ging om een hoeveelheid amfetamine die een aanzienlijke waarde in geld vertegenwoordigde. Zonder nadere toelichting valt niet in te zien hoe een derde op de gedachte zou kunnen komen een dergelijk bezit, op de wijze waarop het daar is aangetroffen, in het chalet van de verdachte onder te brengen zonder dat deze daarmee instemde of daar in elk geval over kon beschikken. Die toelichting is door de verdediging niet gegeven. Het hof acht het dan ook hoogst onaannemelijk dat die amfetamine daar buiten weten van de verdachte is ondergebracht. Het verweer wordt verworpen.”
tweede middelbehelst de klacht dat het hof het verweer strekkende tot uitsluiting van het bewijs van materiaal dat als gevolg van de inzet van de zogenaamde “stille sms, stealth sms en stealth ping” is verkregen ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, heeft verworpen.
methode.
Begoniazaak oordeelde het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch evenwel anders. [4] Ook in deze arresten nam het hof tot uitgangspunt dat de inzet van de stille sms niet meebrengt dat gebruik wordt gemaakt van een technisch hulpmiddel in de zin van art. 126ee Sv. Gelet op de risico’s voor de integriteit en de beheersbaarheid van de opsporing, mede bezien in het licht van de potentie van de stille sms om een betekenisvolle inbreuk te maken op de privacy van de desbetreffende gebruiker van de telefoon, achtte het hof niettemin een bijzondere wettelijke grondslag voor het gebruik van deze opsporingsmethode noodzakelijk. Een kleine twee maanden later zag een nieuw arrest van hetzelfde hof het licht, waarin de inzet van de stille sms – in lijn met het bestreden arrest – wel als rechtmatig werd beschouwd. [5]
(…)
“Het Wetboek van Strafvordering bevat geen systematische beschrijving van opsporingsbevoegdheden. Het is niet de bedoeling geweest van de concipiënten van het wetboek om het opsporingsonderzoek systematisch te beschrijven, maar om bevoegdheden te creëren ten behoeve van de strafrechtelijke afdoening van delicten. Leidend daarbij is geweest dat bevoegdheden die ingrijpen op de vrijheid of op andere grondrechten van burgers, een specifieke regeling behoeven. De regeling behoeft niet uitputtend te zijn.”