ECLI:NL:HR:2011:BP0070
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid van pseudoverkoop met paracetamol en cafeïne bij opsporing drugs
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het gebruik van pseudoverkoop door een farmaceutisch bedrijf, dat paracetamol en cafeïne leverde aan een verdachte die verdacht werd van voorbereidingshandelingen tot drugshandel, rechtmatig was. Het bedrijf had met medeweten van het Openbaar Ministerie (OM) deze stoffen geleverd, terwijl deze stoffen legaal verhandeld kunnen worden. De verdediging voerde aan dat sprake was van een onrechtmatige opsporingsmethode en dat het Tallon-criterium was geschonden.
De Hoge Raad bevestigde dat voor dergelijke opsporingsmethoden zonder specifieke wettelijke grondslag alleen toestemming kan worden gegeven indien deze niet disproportioneel zijn en de integriteit van de opsporing niet in gevaar brengen. Omdat de stoffen legaal zijn en de werkwijze transparant en schriftelijk vastgelegd was, was er geen sprake van een onrechtmatige pseudoverkoop. Ook was het Tallon-criterium niet geschonden omdat de verdachte reeds vóór het contact met het bedrijf het opzet had tot aankoop van de stoffen.
Het hof had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar. De Hoge Raad vernietigde het vonnis alleen voor wat betreft de duur van de straf vanwege overschrijding van de redelijke termijn en stelde de straf vast op drie jaar en zeven maanden. Het beroep in cassatie werd verder verworpen.
Uitkomst: Gevangenisstraf verminderd tot drie jaar en zeven maanden; beroep in cassatie verworpen.