ECLI:NL:PHR:2014:283
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat Texas Hold'em pokertoernooien kansspelen zijn en heffing kansspelbelasting over buitenlandse casinoprijzen schendt vrij verkeer van diensten
Belanghebbende nam in 2002 deel aan pokertoernooien in Frankrijk, Oostenrijk en de Verenigde Staten, waarbij hij prijzen won. Over deze prijzen werd in Nederland kansspelbelasting geheven. Hij betwistte dat deze toernooien kansspelen zijn in de zin van de Wet op de kansspelbelasting (Wet KSB) en voerde subsidiair aan dat de heffing in strijd is met het vrije dienstenverkeer volgens artikel 49 EG Pro-verdrag (thans artikel 56 VWEU Pro).
De Rechtbank en het Hof bevestigden dat Texas Hold'em, ook in toernooivorm, een kansspel is waarop de Wet KSB van toepassing is. Het Hof kwalificeerde het spel bovendien als casinospel en oordeelde dat de heffing over prijzen behaald in andere EU-lidstaten een belemmering vormt van het vrije dienstenverkeer zonder rechtvaardiging. Daarom werd de heffingsgrondslag verminderd met de buitenlandse prijzen.
De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen de kwalificatie van het spel als casinospel en de berekeningswijze van de belasting over de in de Verenigde Staten gewonnen prijs. De Advocaat-Generaal concludeerde dat Texas Hold'em een kansspel en casinospel is en dat de heffing over prijzen in andere EU-lidstaten het vrije dienstenverkeer schendt. De naheffingsaanslag over de Amerikaanse prijs werd onjuist berekend en dient te worden aangepast.
De Hoge Raad kan de zaak zelf afdoen en volgt de conclusie van de Advocaat-Generaal: het beroep van de Staatssecretaris wordt gegrond verklaard voor de Amerikaanse prijs, het incidentele beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard. De heffing over prijzen in EU-lidstaten moet worden verminderd wegens strijd met het Europese recht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag kansspelbelasting over de in de Verenigde Staten gewonnen prijs wordt aangepast, heffing over EU-prijzen verminderd wegens schending vrij verkeer diensten.