Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten
3.Het geding in feitelijke instanties
als zodanigbestanddeel zijn van het verzamelinkomen, hetgeen – naar de rechtbank met juistheid heeft overwogen – betekent dat de prijzen tot de in box 1 belaste winst uit onderneming dan wel resultaat uit overige werkzaamheden moeten behoren. Dat is in casu niet het geval. Het door de rechtbank in onderdeel 4.17 van haar uitspraak gegeven oordeel is dus juist.
4.Het geding in cassatie
Buitenlandse aanbieders, binnenlandse spelers: binnenlands of buitenlands internetkansspel (grieven a en b)?
gelegenheid geefttot deelneming aan
binnenlandse kansspelen die via het internetworden gespeeld;
gerechtigden tot de prijzenvan
buitenlandse kansspelen welke via het internetworden gespeeld.”
Buitenlandse kansspelen via internet zijn die spelen die niet worden gehouden door een binnen het Rijk wonend natuurlijk persoon of gevestigd lichaam.Indicaties dat sprake is van deelname aan een buitenlands spel kunnen worden ontleend aan de taal waarin de site is opgesteld, het webadres, de provider en overige gegevens die op de site staan. Als op de site van de aanbieder geen door de Minister van Justitie verleend vergunning nummer wordt vermeld, kan dit eveneens een indicatie zijn dat sprake is van buitenlands aanbod. (…)”
Voor de volledigheid wordt hier opgemerkt dat artikel 2, tweede lid, bepaalt dat van een binnenlands spel sprake is indien het wordt gehouden door natuurlijke personen of lichamen van wie een of meer binnen Nederland wonen of zijn gevestigd”. [21]
illegaalzijn?”
illegaalzijn. Dat is niet mogelijk, want in de wettekst is een neutrale formulering opgenomen waarmee zowel gedoeld is op niet-toegestane als op toegestane kansspelen.
Kansspelen waaraan (via internet) vanuit Nederland kan worden deelgenomen, worden als binnenlandse kansspelen aangemerkt.Het gaat hier om verboden kansspelen, nu de Wet op de kansspelen niet voorziet in vergunningsmogelijkheden voor internetkansspelen. De Wet op de kansspelen laat wel toe dat Nederlandse belastingplichtigen vanuit het buitenland, bijvoorbeeld wanneer zij op vakantie zijn of verblijvend, (via internet) deelnemen aan kansspelen. Dergelijke buitenlandse internetkansspelen kunnen als toelaatbaar worden aangemerkt. (…)”
wijziging, [24] meen ik dat de hiervoor onderstreepte uitlating een slip of the tongue (of ‘the pen’) van de staatssecretaris van Financiën moet zijn geweest.
belasting) voor ogen moet hebben gehad. Ik ontleen dit vermoeden aan de brief van de Minister van Justitie van 22 november 2007 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer, inzake Kansspelen en het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de kansspelbelasting. [25] Daarin informeert de Minister van Justitie de Tweede Kamer op blz. 3 als volgt (mijn cursivering):
Voor de vraag of in Nederland gelegenheid wordt gegeven, en men dus in het vaarwater komt van de Wet op de kansspelen, is overigens niet van belang waar de aanbieder fysiek is gevestigd maar of potentiële deelnemers in Nederland rechtstreeks via hun computer aan het via internet aangeboden kansspel kunnen deelnemen.Dit is bevestigd in een arrest van de Hoge Raad van 18 februari 2005 (LJN: AR4841). [26]
aangeboden, ongeacht waar de aanbieder is gevestigd. In de context van de Wet KSB is voor het onderscheid binnenlands/buitenland juist de vestigingsplaats van de aanbieder/organisator doorslaggevend. Als eerder opgemerkt komt het mij voor dat aan de duidelijke tekst van de Wet KSB en de daarop door de wetgever gegeven, niet voor tweeërlei uitleg vatbare, toelichting geen afbreuk wordt gedaan door een (enkele) uitlating waarin in een andere context een andere invulling wordt gesuggereerd.
nietworden gehouden door een in Nederland gevestigde (rechts)persoon.
6.De vrijheid van dienstenverkeer (grieven e en f)
verschil tussen de in een tijdvak ontvangen inzetten en de ter beschikking gestelde prijzen, dan wel, zo een ander dan de belastingplichtige [MvH: de organisator, zie artikel 1, lid 1, onder b van de Wet KSB] de prijzen ter beschikking stelt, naar hetgeen in een tijdvak ontvangen wordt voor het geven van gelegenheid tot deelneming aan (…) binnenlandse kansspelen welke via het internet worden gespeeld.”
7.Vrijheid van kapitaalverkeer (grieven c en d)
The law of the European Union and the European Communities [35] de essentie van ‘kapitaalverkeer’ als volgt weer:
Daarbij is evenwel enkel sprake van een onvermijdelijk gevolg van de beperking van het vrij verrichten van diensten(zie in die zin arrest Omega, reeds aangehaald, punt 27, en arrest van 12 september 2006, Cadbury Schweppes en Cadbury Schweppes Overseas, C‑196/04, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 33. Zie ook, in overeenkomstige zin, arrest van 28 januari 1992, Bachmann, C‑204/90, Jurispr. blz. I‑249, punt 34).
aspect vrijheid van dienstverrichting dus de voorrang boven het aspect vrijheid van kapitaalverkeer. Aangezien de litigieuze regeling tot gevolg heeft dat in derde landen gevestigde ondernemingen moeilijker toegang krijgen tot de Duitse financiële markt, maakt zij immers hoofdzakelijk inbreuk op de vrijheid van dienstverrichting. Nu de beperkende werking van die regeling voor de vrijheid van het kapitaalverkeer alleen maar een onvermijdelijk gevolg is van de beperking van het verrichten van diensten, behoeft de verenigbaarheid van de regeling met de artikelen 56 EG en volgende niet te worden onderzocht.” [39]
de ene of de andere vrijheid van verkeer valt, uit ondertussen vaste rechtspraak blijkt dat rekening dient te worden gehouden
met het voorwerp van de wettelijke regeling in kwestie(zie arrest van 24 mei 2007, Holböck, C‑157/05, Jurispr. blz. I‑4051, punt 22 en aldaar aangehaalde rechtspraak).”
8.Het eigendomsrecht van artikel 1 Eerste Pro Protocol bij het EVRM (grieven g en h)
9.Artikel 52 Bvdb Pro (grieven i en j)
onderworpenaan een gelijksoortige belasting in – ik parafraseer – een ander land. De vraag is wat dat betekent: moet over de prijs daadwerkelijk zijn geheven in het buitenland (ik laat hier nog in het midden de vraag of ook noodzakelijk is dat de belasting ingevorderd is), of is het voldoende dat de wetgeving van het desbetreffende buitenland een soortgelijke (kansspel)belasting kent?
10.Kansspelbelasting als voorheffing van inkomstenbelasting (grieven k en l)
betrekking heeft op bestanddelenvan het verzamelinkomen. Voor de in onderdeel a genoemde loonbelasting en de onder b vermelde dividendbelasting geldt zonder nadere beperkingen dat ‘de geheven loonbelasting/dividendbelasting’ als voorheffing wordt aangemerkt.
prijzenvan kansspelen geheven kansspelbelasting die als voorheffing kan worden beschouwd. Ten aanzien van de door belanghebbende gespeelde internetkansspelen is evenwel niet naar de
prijzengeheven, maar over het verschil tussen prijzen en inzetten. Gezien de achtergrond van artikel 9.2, lid 1, van de Wet IB 2001 – het voorkomen van een heffing van twee belastingen over inkomensbestanddelen – meen ik echter dat de omstandigheid dat wat betreft de internetkansspelen over het saldo van prijs en inzet kansspelbelasting is geheven, op zich niet afdoet aan de eventuele toepasbaarheid van artikel 9.2, lid 1, onderdeel c, van de Wet IB 2001.