Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
in elk geval(cursivering rechtbank) van een kenbare ambtelijke fout sprake is indien de te weinig geheven belasting ten minste 30 percent van de ingevolge de belastingwet verschuldigde belasting bedraagt (hierna: de 30%-fictie). Met de 30%-fictie heeft de wetgever afstand genomen van het voorheen aan de AWR ten grondslag liggende uitgangspunt dat de inspecteur per belastingplichtige de belastingschuld beoordeelt en een belastingaanslag vaststelt (Kamerstukken II, 2009/10, 32129, nr. 8).
3.Het geding in cassatie
4.Relevante wetgeving, wetsgeschiedenis, jurisprudentie en literatuur
Wetgeving en wetsgeschiedenis
BNB2003/345, onderdeel 3.5).
BNB2004/351) of het gevolg is van het laten invoeren van gegevens uit de aangifte in het geautomatiseerde systeem door personen met onvoldoende vakkennis zonder voldoende instructie (HR 25 februari 2005, nr. 40 456,
BNB2005/173).
LJN BL7165,
BNB 2010/155, en HR 16 april 2010, nr. 08/05088,
LJN BJ9082,
BNB 2010/227). Het Hof heeft in onderdeel 4.2 van zijn uitspraak de juiste maatstaf aangelegd. Het desbetreffende middel faalt derhalve.