ECLI:NL:HR:2005:AS7932
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over navordering bij onduidelijke werkinstructie en ambtelijk verzuim
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1999 een definitieve aanslag inkomstenbelasting opgelegd waarbij een verlies uit aanmerkelijk belang deels werd verrekend. Later legde de Inspecteur een navorderingsaanslag op met een lager bedrag aan verrekening, wat leidde tot bezwaar en beroep bij het Hof. Het Hof vernietigde de navorderingsaanslag omdat de onjuiste vaststelling voortkwam uit een onduidelijke werkinstructie en een fout van een administratieve medewerker zonder dat sprake was van een nieuw feit.
De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad bevestigde dat fouten bij het invoeren van gegevens in het geautomatiseerde systeem deel uitmaken van het aanslagproces en dat een onjuiste aanslag door een onduidelijke instructie en onvoldoende kennis van een medewerker een onjuist inzicht van de Inspecteur in het recht betekent.
Daarmee ontbrak het vereiste nieuwe feit voor navordering. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Het arrest bevestigt de grenzen van navordering bij administratieve fouten zonder nieuw feit.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een nieuw feit voor navordering.