ECLI:NL:HR:2003:AI0921
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1989
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1989 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 50.000. Later werd een navorderingsaanslag opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 188.588, die na bezwaar gehandhaafd bleef. Het Gerechtshof Arnhem vernietigde het bezwaar en beperkte de navorderingsaanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 188.538. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De kern van de zaak betrof de vraag of de navorderingsaanslag terecht was opgelegd, ondanks dat de oorspronkelijke aanslag was gebaseerd op een administratieve fout binnen de inspectiedienst. De Hoge Raad oordeelde dat indien een fout in het aanslagbiljet redelijkerwijs kenbaar was voor de belastingplichtige, navordering toegestaan is, ook als het vertrouwen op het aanslagbiljet daardoor wordt doorbroken.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat de aanslag berustte op een administratieve vergissing en dat belanghebbende en diens gemachtigde dit direct hadden moeten begrijpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslag over 1989.