ECLI:NL:RBSGR:2011:BU6579
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen inkomstenbelasting wegens fout bij vaststelling primitieve aanslagen
Eiseres deed elektronisch aangifte over 2007 met een inkomen uit box 1 van €19.396. Verweerder legde aanvankelijk primitieve aanslagen op met een ambtshalve vastgesteld inkomen van €5.000, waarna navorderingsaanslagen werden opgelegd conform de aangifte. De kern van het geschil betrof de vraag of de navordering terecht was vanwege een fout in de zin van artikel 16, tweede lid, onder c, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr).
De rechtbank overwoog dat een fout in deze context elke administratieve handeling betreft die leidt tot een onjuiste of niet-verwerkte voor belastingheffing relevante gegevens, waardoor een aanslag te laag wordt vastgesteld. De rechtbank achtte aannemelijk dat verweerder zonder goede reden de bij de aangifte verstrekte gegevens aanvankelijk niet had verwerkt, waardoor de primitieve aanslagen te laag waren vastgesteld.
Eiseres stelde dat zij mocht menen dat de primitieve aanslagen zorgvuldig waren vastgesteld en dat er geen sprake was van een fout, mede omdat de echtgenoot een aanslag conform aangifte had ontvangen. De rechtbank verwierp dit en stelde dat de fout redelijkerwijs kenbaar was, mede omdat de nagevorderde belasting meer dan 30% bedroeg.
Verder oordeelde de rechtbank dat de kostenvergoeding terecht was toegekend met een lage wegingsfactor, omdat het bezwaar slechts licht gewicht had. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling of schadevergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de navorderingsaanslagen terecht zijn opgelegd wegens een administratieve fout.