Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.6 De rechtbank is voorts van oordeel dat de onder 3.4 bedoelde transformatie van vorderingen (tot vergoeding van immateriële schade) wel een op geld te waarderen voordeel vertegenwoordigt. De rechtbank wijst daarbij op het liquiditeitsvoordeel, de beperking van het verhaalsrisico en de besparing van invorderingskosten. Hetgeen [is] vermeld onder 3.9 neemt de rechtbank daarbij tevens in aanmerking.
3.Het geding in cassatie
4.Behandeling van het eerste middel
conditio sine qua non) wordt weliswaar gesteld, maar het is niet voldoende dat daaraan wordt voldaan.’ [7] Om van toereikende causaliteit te kunnen spreken dient ook aan nadere eisen te worden voldaan. [8]
(...)
Eindconclusie is dat de Hoge Raad een juist arrest heeft gewezen waarbij (voor zover noodzakelijk) duidelijk is geworden dat de Hoge Raad:
De heer Çörüz (CDA): Ik ben van mening dat een klap in het gezicht van onze politiemannen en politievrouwen een klap in het gezicht van onze rechtsstaat is. Daarom mogen wij dergelijk gedrag nooit en te nimmer accepteren. Wij moeten het keihard bestraffen. (...) Worden zij ook geplukt in hun portemonnee? Zij gooien met fietsen en dergelijke. Als gevolg van hun acties lopen politieagenten in de Ziektewet. Dat moeten zij in hun portemonnee voelen. (...)
Belangrijk is ons te realiseren dat het probleem «geweld tegen de politie» niet op zichzelf staat. Het moet worden gezien in een bredere context van de toename van geweld in onze maatschappij. Het terugdringen van het geweld tegen de politie heeft daarbij een hoge prioriteit, ook omdat dit effecten zal hebben op andere geweldsverschijnselen en vanwege de verscherping van de tolerantiegrenzen. Het communiceren van de boodschap dat dit geweld niet zal worden getolereerd, het helder en voorspelbaar optreden, het correct omgaan met burgers en het stellen van duidelijke grenzen ten aanzien van gedrag dat wel en dat niet aanvaardbaar is, zal bijdragen aan de vergroting van het gezag van de politie. Het is onze stellige overtuiging dat onze samenleving hier behoefte aan heeft.
Daarna zal ik met groot genoegen het officiële startsein geven. Opdat iedereen zich nog eens goed realiseert: van onze hulpverleners blijf je af!
Misschien dat een belangrijkere bescherming gezocht moet worden bij de rechter die de eenvoudige belediging of bedreiging plus vordering benadeelde partij heeft te beoordelen. Waar in de jurisprudentie van de Hoge Raad het beroep op de dikkere huid van de politieambtenaar van de hand wordt gewezen, valt veel ervoor te zeggen dat de lagere rechter toch van de politieambtenaar verwacht dat die zich iets weerbaarder opstelt tegen een eenvoudige belediging of bedreiging. ‘Mafkees’, ‘mierenneuker’ en de vraag ‘waarom lieg jij?’ komen mij voor als beschaafde uitlatingen, zeker bezien in de context van deze tijd van harde bewoordingen en hufterigheid die zelfs in debatten in de Tweede Kamerleden doorwerkt. Ook ligt het voor de hand dat de rechter in dergelijke zaken waarin de politieambtenaar zich als slachtoffer meldt, niet langer genoegen neemt met diens aangifte en proces-verbaal van bevindingen en de bijbehorende bijzondere bewijskracht. (...)Naast het voorbijgaan aan de bijzondere bewijskracht van op ambtseed opgemaakte processen-verbaal, is een minder ingrijpende oplossing voorhanden: de categorische afwijzing van vorderingen van politieambtenaren tot vergoeding van immateriële schade bij flutzaken.
6.Behandeling van het tweede middel
ditvoordeel naar maatschappelijke opvattingen een beloning?