ECLI:NL:PHR:2014:1686
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens falende bewijsklacht en onjuiste schadevergoeding bij openlijk in vereniging gepleegd geweld met verfbommen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor openlijk in vereniging gepleegd geweld door het gooien van verfbommen tijdens de ontruiming van panden in Amsterdam. Het hof legde een gevangenisstraf van drie dagen op en kende schadevergoedingsmaatregelen toe aan benadeelde partijen, waaronder politieagenten en de politie Amsterdam-Amstelland.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof het bewijs en de bewezenverklaring toereikend en begrijpelijk heeft gemotiveerd, maar dat het hof ten onrechte schadevergoedingsmaatregelen oplegde aan verdachte voor schade die niet door haar was gevorderd, met name de reinigingskosten van ME-uniformen. Tevens wordt geoordeeld dat de politie Amsterdam-Amstelland niet ontvankelijk is in haar vordering voor niet gevorderde schade. De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de ontvankelijkheid van benadeelden die schade lijden door meerdaadse samenloop en bevestigt dat alleen rechtstreekse schade die voortvloeit uit het bewezenverklaarde feit voor vergoeding in aanmerking komt.
Verder wijst de Hoge Raad de klachten over het niet horen van getuigen en het ontbreken van integraal beeldmateriaal af, omdat de verdediging niet in haar verdedigingsrechten is geschaad. Ook wordt de schending van de redelijke termijn in cassatie vastgesteld, maar zonder dat dit tot strafvermindering leidt. Uiteindelijk vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting op het bestaande beroep.
Uitkomst: Arrest van het hof wordt vernietigd en zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens falende bewijsklacht en onjuiste schadevergoeding.