ECLI:NL:HR:2011:BQ6755
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing getuigenverzoek en beoordeling fair trial in cassatie
In deze strafzaak werd verdachte verweten op 13 juni 2007 in Amsterdam cocaïne te hebben verkocht aan een betrokkene. Tijdens het hoger beroep verzocht de verdediging om het horen van drie getuigen, waaronder de verbalisant en de koper, om discrepanties in de bewijsvoering te onderzoeken.
Het hof wees deze verzoeken af omdat het de noodzaak tot het horen van deze getuigen niet aannemelijk achtte. De door de verdediging aangevoerde verschillen in verklaringen en waarnemingen werden door het hof als onvoldoende relevant beoordeeld om twijfel aan de bewezenverklaring te rechtvaardigen.
De verdediging stelde in cassatie dat door het afwijzen van de getuigenverzoeken artikel 6 lid 3 EVRM Pro was geschonden, waardoor geen sprake zou zijn van een eerlijk proces. De Hoge Raad oordeelde dat deze klacht berust op een onjuiste interpretatie van het EVRM en dat het hof de juiste maatstaf heeft toegepast bij de afwijzing.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de rechtmatigheid van het besluit van het hof en het eerlijke karakter van de procedure.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hof heeft terecht de getuigenverzoeken afgewezen zonder schending van artikel 6 lid 3 EVRM.