Conclusie
4.Het eerste middel
5.Het tweede middel
6.Het derde middel
Op te leggen straf en maatregel
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die door het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch is veroordeeld wegens ontuchtige handelingen met een minderjarige, vervaardiging en bezit van kinderpornografisch materiaal en het misbruiken van een overwicht om ontuchtige handelingen te dulden. Het Hof legde een gevangenisstraf van drie jaar op en bepaalde dat verdachte ter beschikking wordt gesteld met dwangverpleging. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad behandelt vier middelen van cassatie. Ten eerste wordt de kwalificatie van het bewezenverklaarde feit als seksueel binnendringen in de zin van art. 245 Sr Pro bevestigd, waarbij wordt verduidelijkt dat een tongzoen niet als verkrachting kan worden gekwalificeerd, maar dat in deze zaak ook penetratie met penis en vinger is bewezen. Ten tweede wordt het bewijs tegen verdachte, waaronder verklaringen van het slachtoffer en chat- en sms-gesprekken, als voldoende en betrouwbaar beoordeeld. Ten derde wordt geoordeeld dat het Hof terecht de TBS-maatregel oplegt en daarbij ook rekening mag houden met een strafbaar feit waarvoor verdachte nog niet onherroepelijk is veroordeeld, zonder dat dit de onschuldpresumptie schendt. Ten slotte wordt het bevel tot onttrekking aan het verkeer van een computer zonder harddisk bevestigd, omdat deze als onderdeel van een samenhangend geheel van in beslag genomen voorwerpen wordt gezien.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het vonnis van het Hof, waarbij de straf en maatregel passend worden geacht gelet op het langdurige patroon van zedendelicten en de ernst daarvan.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; gevangenisstraf van drie jaar en TBS-maatregel bevestigd.