ECLI:NL:HR:2013:BZ2653
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad herijkt kwalificatie afgedwongen tongzoen als verkrachting
In deze zaak stond de kwalificatie van een afgedwongen tongzoen centraal. De verdachte werd primair beschuldigd van verkrachting op grond van art. 242 Sr Pro, subsidiair van feitelijke aanranding van de eerbaarheid (art. 246 Sr Pro). Het Hof had het bewezenverklaarde feit gekwalificeerd als verkrachting.
De Hoge Raad heroverwoog zijn eerdere jurisprudentie, waarin werd aangenomen dat elk seksueel binnendringen van het lichaam, waaronder ook een tongzoen, als verkrachting kon worden gekwalificeerd. De Hoge Raad concludeert nu dat hoewel een tongzoen het binnendringen van het lichaam met een seksuele strekking inhoudt, deze niet redelijkerwijs op één lijn kan worden gesteld met geslachtsgemeenschap of een gedraging die qua ernst daarmee vergelijkbaar is.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het Hof en ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging voor de primaire tenlastelegging. De zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting van de subsidiaire tenlastelegging. Tevens wordt opgemerkt dat deze gewijzigde rechtsopvatting geen grond vormt voor herziening van eerdere zaken.
Uitkomst: De verdachte wordt ontslagen van rechtsvervolging voor verkrachting en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting van feitelijke aanranding van de eerbaarheid.