Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
NTFR2013/608 met noot Van der Burg,
BB2013/143 met noot De Bruin.
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
4.Relevante regelgeving, jurisprudentie en literatuur
Wetgeving
dat het spraakgebruik er zich tegen verzet om onder ‘laden en lossen van goederen’ te begrijpen het brengen van voorwerpen van zo geringe omvang als die van ‘enige kentekenbewijzen’ in en uit het betrokken voertuig;
(…)
Aangezien aan deze voorwaarden is voldaan - belanghebbende stelt, onbetwist door de directeur, de vorenbedoelde afstand op 10 à 12 meter en het betrof een cirkelzaagmachine - is in het onderhavige geval sprake van het lossen van goederen.
6 Het hof gaat ervan uit dat de in art. 2 van Pro de verordening genoemde uitzonderingen voor in- of uitstappen van personen en laden of lossen van goederen beogen voor binnen zogenaamd gefiscaliseerd gebied wonende personen en gevestigde bedrijven het uit vervoer van personen en goederen per auto noodzakelijk voortvloeiend kortstondig parkeren belastingvrij mogelijk te maken.
4.2 dat zij daartoe de auto heeft geplaatst in een parkeervak op de a-straat bij parkeermeter nummer 126, in de directe nabijheid van 'B';
NTFR2013/608 bij de hofuitspraak in de onderhavige procedure geannoteerd:
BB2013/143 geschreven: