ECLI:NL:PHR:2012:BY4834
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijsminimum bij een getuige in verkrachtingszaak
In deze zaak is verdachte door het Hof veroordeeld wegens verkrachting, waarbij het bewijs voornamelijk steunt op de verklaring van het slachtoffer. De zaak draait om de toepassing van de regel 'unus testis nullus testis', die stelt dat een veroordeling niet uitsluitend op de verklaring van één getuige mag berusten zonder voldoende steunbewijs.
Het Hof heeft bewezen verklaard dat verdachte het slachtoffer onder dwang tot seksuele handelingen heeft gedwongen, waarbij het bewijs bestaat uit de verklaring van het slachtoffer, een verklaring van een derde, en ondersteunend materiaal zoals plattegronden van de woning die door zowel het slachtoffer als de stiefmoeder van verdachte zijn gemaakt.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was omdat het uitsluitend op de verklaring van één getuige steunde en dat er onvoldoende steunbewijs was. De Hoge Raad overweegt dat het bewijs niet op zichzelf hoeft te staan, maar ingebed moet zijn in een concrete context die bevestigd wordt door ander bewijs. De Hoge Raad concludeert dat het Hof voldoende steunbewijs heeft gevonden in de verklaringen en andere bewijsmiddelen, en dat het cassatieberoep faalt.
Daarnaast bespreekt de Hoge Raad een vermeende misslag in de bewezenverklaring omtrent de volgorde van handelingen, maar oordeelt dat deze correctie de aard en ernst van het bewezenverklaarde niet aantast. De Hoge Raad wijst het beroep af en bevestigt daarmee de veroordeling.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatie en bevestigt veroordeling voor verkrachting met voldoende steunbewijs naast verklaring van één getuige.