ECLI:NL:PHR:2011:BQ5730
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof inzake schadevergoeding en tenuitvoerlegging voorwaardelijke jeugddetentie
In deze zaak heeft het hof de verdachte veroordeeld voor verduistering en valsheid in geschrift en de tenuitvoerlegging gelast van een eerder voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie, waarbij deze werd omgezet in een gevangenisstraf. Tevens wees het hof een schadevergoedingsvordering van de benadeelde partij deels toe.
De Hoge Raad constateert dat het hof ten onrechte op de vordering van de benadeelde partij heeft beslist terwijl deze zich niet opnieuw in hoger beroep heeft gevoegd, wat strijdig is met artikel 421, derde lid, Sv. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het betreft de toewijzing van de schadevergoeding.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het hof onjuist toepassing gaf aan artikel 77k Sr door de voorwaardelijke jeugddetentie om te zetten in gevangenisstraf. De Hoge Raad vernietigt ook dit onderdeel van het arrest en verwijst naar eerdere jurisprudentie dat bij tenuitvoerlegging van voorwaardelijke jeugddetentie art. 77k Sr niet van toepassing is.
De Hoge Raad zal de zaak zelf afdoen voor deze punten, waarbij de schadevergoedingsvordering wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid en de tenuitvoerlegging wordt verstaan als gelast van de eerder voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie zonder omzetting in gevangenisstraf.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor de schadevergoeding en tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke jeugddetentie; de Hoge Raad wijst de schadevergoeding af en herstelt de tenuitvoerlegging zonder omzetting in gevangenisstraf.