ECLI:NL:PHR:2011:BP1142
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vonnis Hoge Raad over poging tot doodslag met voorwaardelijk opzet
De zaak betreft een poging tot doodslag waarbij de verdachte het slachtoffer met een mes in de buik heeft gestoken. Het hof had geoordeeld dat de verdachte voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer had, omdat de kans op overlijden volgens algemene ervaringsregels aanmerkelijk was en door de verdachte willens en wetens was aanvaard.
De Hoge Raad stelt echter dat het hof onvoldoende heeft vastgesteld of die aanmerkelijke kans op overlijden ook in werkelijkheid bestond, en niet slechts in de voorstelling van de verdachte. Dit is een essentieel criterium voor het aannemen van voorwaardelijk opzet op levensberoving. Daarom is het middel gegrond en wordt het arrest vernietigd.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht het beroep op noodweer en noodweerexces heeft verworpen, mede omdat de verdachte en zijn raadsman geen verweer op die gronden hebben gevoerd. Ook constateert de Hoge Raad een lichte overschrijding van de redelijke termijn in cassatie, maar acht dit niet reden voor vernietiging.
De zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof te Leeuwarden voor hernieuwde behandeling en beslissing op het hoger beroep, waarbij het hof de aanmerkelijke kans op overlijden in werkelijkheid moet vaststellen. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is tot vernietiging en terugwijzing van het arrest.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de poging tot doodslag.