ECLI:NL:HR:2007:AZ5717
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling wegens doodslag ondanks beroep op psychische overmacht
Verdachte werd door het hof veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf wegens meervoudige doodslag op zijn ouders, gepleegd op of omstreeks 3 april 2004. Tijdens de zitting in hoger beroep verklaarde verdachte dat hij in een hevige emotionele staat handelde, waarbij sprake was van onenigheid en dreiging met overlijden van zijn moeder. Hij gaf aan dat hij zijn ouders heeft geslagen en geschopt, waarna hij de alarmcentrale belde.
Het hof achtte bewezen dat verdachte opzettelijk zijn ouders ernstig heeft verwond, wat leidde tot hun overlijden in april en mei 2004. Het hof interpreteerde de verklaring van verdachte niet als een beroep op psychische overmacht, mede omdat zijn raadsman tijdens de zitting geen dergelijk beroep had gedaan.
In cassatie stelde verdachte dat het hof had moeten beslissen op zijn uitdrukkelijke beroep op psychische overmacht. De Hoge Raad oordeelde echter dat het niet onbegrijpelijk was dat het hof dit niet zo heeft opgevat en dat er geen nadere motiveringsplicht bestond volgens de relevante wetsartikelen. Andere middelen van cassatie werden eveneens verworpen.
De Hoge Raad bevestigde daarmee de veroordeling en verwierp het beroep van verdachte, zonder dat er aanleiding was voor ambtshalve vernietiging van het hofarrest.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot twaalf jaar gevangenisstraf wegens doodslag en verwerpt het beroep op psychische overmacht.