Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
24 februari 2023.
Hoge Raad
De vrouw en de man zijn gescheiden en de vrouw vordert partneralimentatie. De rechtbank kende haar een bedrag toe van € 2.261 bruto per maand, het hof stelde dit bij tot nihil tot verkoop van de echtelijke woning en daarna € 266 bruto per maand. De man heeft dubbele woonlasten en stelt dat hij pas na verkoop van de woning draagkracht heeft voor alimentatie.
De vrouw stelt dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden door een lagere alimentatie toe te kennen dan het minimale bedrag dat de man in hoger beroep had gesteld. Ook klaagt zij over onvoldoende motivering van het hof omtrent de draagkracht van de man, met name over het effect van verminderd werken en het niet benutten van steunregelingen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof inderdaad buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden door een te laag bedrag vast te stellen. Daarnaast is het hof tekortgeschoten in zijn motivering door niet in te gaan op het betoog dat de man minder is gaan werken en geen steunregelingen heeft benut. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofbeslissing over partneralimentatie wegens overschrijding rechtsstrijd en onvoldoende motivering en verwijst zaak terug.