Conclusie
de vrouwrespectievelijk
de man.
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
grief IIkomt de vrouw op tegen de hoogte van de door de rechtbank vastgestelde partneralimentatie. Volgens de vrouw is de rechtbank uitgegaan van een te lage winst uit onderneming. De vrouw heeft verzocht de partneralimentatie vast te stellen op een bedrag van € 5.807,-- bruto per maand. [4]
incidentele grief Ckomt hij op tegen de door de rechtbank vastgestelde hoogte en duur van de partneralimentatie. De man heeft verzocht om (i) voor de periode dat de man dubbele woonlasten heeft de partneralimentatie op nihil te stellen, (ii) te bepalen dat vanaf het moment dat de man enkele woonlasten heeft de partneralimentatie met ingang van de datum van levering van de voormalige echtelijke woning aan de koper(s) € 747,-- bruto per maand zal zijn, en (iii) de duur van de alimentatieverplichting te limiteren tot 21 september 2025. [6]
3.Bespreking van het cassatiemiddel
productie 16).
Vanaf het moment dat de man enkele woonlasten heeft:
subonderdeel 1.2nog
aangevuldnaar aanleiding van het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 19 november 2021, voor zover daarin op pagina 5, derde alinea, een verklaring van de accountant van de man is opgetekend. Ik citeer de betreffende passage, alsmede de voorafgaande vraag van de voorzitter:
Voorzitter: Wat komt er aan geld binnen, de operationele kasstroom. Wat zijn nou de directe kosten die verband houden met de onderneming. U vermengt de kapitaalrekening met zakelijke kosten en privé uitgaven.