Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
5.Beslissing
7 juli 2020.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep van een verdachte die samen met haar dochter en een ander plannen maakte voor gijzeling, wederrechtelijke vrijheidsberoving en afpersing. De verdachte had informatie over potentiële slachtoffers verzameld en schriftelijk vastgelegd, waaronder foto's en losgeldbedragen, en deze aan een derde verstrekt die het plan niet daadwerkelijk wilde uitvoeren.
Het hof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte veroordeeld voor strafbare voorbereiding op grond van artikel 46 Sr Pro, waarbij het aannam dat de geschriften en foto's bestemd waren tot het begaan van de misdrijven. De verdediging voerde aan dat er geen daadwerkelijke voorbereiding was omdat de derde partij niets met de informatie had gedaan.
De Hoge Raad overweegt dat volgens artikel 46 Sr Pro het object bestemd moet zijn tot het begaan van het misdrijf dat wordt voorbereid. Uit de bewijsvoering blijkt niet zonder meer dat de geschriften en foto's daadwerkelijk bestemd waren tot het plegen van de misdrijven. Het feit dat de derde partij het plan niet wilde uitvoeren, is niet doorslaggevend, maar het ontbreekt aan voldoende bewijs voor de bestemdheid van de voorwerpen tot het misdrijf.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling. De zaak bevat uitgebreide bewijsstukken, waaronder geluidsopnamen, verklaringen en schriftelijke documenten die de context en intenties van de verdachte en medeverdachte illustreren.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en wijst zaak terug voor hernieuwde behandeling wegens onvoldoende bewijs strafbare voorbereiding.