Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Amsterdam,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
3 april 2015.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een geschil tussen een verhuurder en huurder van bedrijfsruimte over de nadere vaststelling van de huurprijs en de geldigheid van een afwijkend beding in de huurovereenkomst. De huurder, Centre Hotel, heeft het hotelbedrijf overgenomen en wenst een lagere huurprijs, terwijl de verhuurder, eiser, het beding in de Algemene Bepalingen handhaaft.
De kantonrechter en het hof Amsterdam oordeelden dat het beding dat afwijkt van de wettelijke regeling (art. 7:303 BW Pro) ten nadele van de huurder vernietigbaar is en dat goedkeuring van dit beding achteraf niet meer kan worden verleend nadat het is vernietigd. De Hoge Raad stelt echter dat ook na vernietiging nog goedkeuring kan worden gevraagd en gegeven, mits aan de voorwaarden van art. 7:291 lid 3 BW Pro wordt voldaan.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het hof Den Haag voor verdere behandeling. Tevens veroordeelt de Hoge Raad Centre Hotel in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak verduidelijkt de mogelijkheid om afwijkende bedingen in huurovereenkomsten van bedrijfsruimte ook na vernietiging door de rechter alsnog goed te keuren.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het hof Den Haag voor verdere behandeling.