ECLI:NL:HR:2012:BV9538
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- A.H.T. Heisterkamp
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Toetsing rechtmatigheid aanwijzing omgangsregeling en gezinsleven onder toezichtstelling kind
De zaak betreft een geschil tussen ouders en Bureau Jeugdzorg over de rechtmatigheid van een schriftelijke aanwijzing die de omgang met hun onder toezicht gestelde dochter regelt. De dochter was meerdere malen onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst. Bureau Jeugdzorg had aanvankelijk een omgangsregeling vastgesteld, die later werd ingetrokken, waarna de ouders hun verzoek tot voortzetting van de oorspronkelijke regeling indienden.
De rechtbank en het hof wezen dit verzoek af, waarbij het hof oordeelde dat de eerdere aanwijzing feitelijk was komen te vervallen en dat de ouders geen rechtens relevant belang meer hadden bij hun beroep. De moeder was bovendien ontheven uit het ouderlijk gezag en haar verblijfsvergunning was ingetrokken wegens het ontbreken van een gezinsleven met de dochter.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug. Hij stelt dat de ouders wel degelijk een rechtens relevant belang hebben bij toetsing van de aanwijzing van 18 november 2010, mede vanwege de gevolgen voor de verblijfsvergunning van de moeder en het door art. 8 EVRM Pro beschermde gezinsleven. Het oordeel van het hof dat dit belang ontbreekt, wordt verworpen.
De Hoge Raad benadrukt dat het gezinsleven en de voortgezette invulling van de voorwaarden voor verblijfstitel nauw samenhangen met de rechterlijke toetsing van de omgangsregeling. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.