ECLI:NL:PHR:2012:BW9863
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Opschorting bezoekregeling onder toezicht gestelde kinderen bevestigd door Hoge Raad
In deze zaak verzocht de vader cassatie tegen een beslissing die de opschorting van een bezoekregeling voor zijn vier kinderen, die onder toezicht zijn gesteld, bekrachtigde. De bezoekregeling was eerder door de rechtbank vastgesteld, maar de uitvoering daarvan verliep niet goed, wat tot de opschorting leidde.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de vader geen vragen aan de orde stellen die voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling relevant zijn. De stelling dat de begeleide contacten goed zouden zijn verlopen, werd verworpen omdat een rechterlijke vaststelling niets zegt over de feitelijke uitvoering. Ook werd erkend dat gedragskundige voorlichting beschikbaar was voor de rechter.
Daarnaast wees de Hoge Raad op een kennelijke misstelling in de verwijzing naar wetsartikelen, maar achtte dit niet van invloed op het oordeel. Verder werden klachten over het ontbreken van het proces-verbaal en over de mogelijkheid van wijziging van de regeling vanwege later ontstane problemen verworpen. Het cassatieberoep werd verworpen met toepassing van artikel 81 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de opschorting van de bezoekregeling wordt verworpen.