ECLI:NL:PHR:2012:BV9538
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling belang ouders bij toetsing aanwijzing omgangsbeperking ondertoezichtstelling kind
De zaak betreft een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van een minderjarig meisje, waarbij Bureau Jeugdzorg Friesland in november 2010 een schriftelijke aanwijzing gaf die de bezoekregeling met de ouders aanzienlijk beperkte. De ouders verzochten de kinderrechter deze aanwijzing te laten vervallen, maar dit verzoek werd afgewezen. Het hof oordeelde dat de ouders geen belang meer hadden bij het hoger beroep omdat de aanwijzing inmiddels was uitgewerkt.
De Hoge Raad stelt dat het enkele feit dat een maatregel is uitgewerkt geen grond is om het belang van ouders bij toetsing van die maatregel te ontkennen, zeker niet bij beperkingen van het recht op family life zoals neergelegd in art. 8 EVRM Pro. De eerdere rechtspraak die het belang ontkende wordt verlaten. Daarnaast is van belang dat de bezoekregeling invloed kan hebben op de verblijfsvergunning van de moeder, waardoor het belang van toetsing nog groter is.
De Hoge Raad vernietigt het oordeel van het hof en verwijst de zaak terug voor een inhoudelijke beoordeling van de rechtmatigheid van de aanwijzing en het belang van de ouders bij die beoordeling. De zaak wordt op de gebruikelijke wijze voortgezet.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het oordeel dat ouders geen belang hebben bij toetsing van de omgangsbeperking en verwijst de zaak terug voor inhoudelijke beoordeling.