Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Ontbinding en vereffening
(…)
4. Na ontbinding geschiedt de vereffening door de bestuurders, tenzij bij het besluit tot ontbinding anderen tot vereffenaars zijn aangewezen.
5. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende de bij de wet voorgeschreven termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon.
6. Op de vereffening zijn overigens de bepalingen van Titel 1, boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.”
.Daarmee heeft [bestuurder 1] doorgegeven dat belanghebbende (met KvK nummer [nummer] ) per 31 december 2017 was ontbonden, dat belanghebbende geen baten had en dat [bestuurder 2] , [adres] te [plaats 2] de bewaarder van de boeken en bescheiden was. Bij de vraag of het bestuur optreedt als vereffenaar en of een vereffening had plaatsgevonden is niets ingevuld. Ook bij de andere vragen naar de vereffenaar is niets ingevuld. Alle bestuurders hebben voor akkoord getekend.
Op 02-01-2018 is geregistreerd dat de ontbonden rechtspersoon is opgehouden te bestaan omdat geen bekende baten meer aanwezig zijn met ingang van 31-12-2017”
- Een navorderingsaanslag Vpb 2015 naar een belastbare winst van € 345.311, € 76.327 te betalen belasting, bij beschikking is belastingrente van € 21.224 berekend en een vergrijpboete van € 37.384;
3.Geschil en conclusies van partijen
4.Gronden
b. bij het intreden van een gebeurtenis die volgens de statuten de ontbinding tot gevolg heeft, en die niet een besluit of een op ontbinding gerichte handeling is;
c.na faillietverklaring door hetzij opheffing van het faillissement wegens de toestand van de boedel, hetzij door insolventie;
d. door het geheel ontbreken van leden, indien de rechtspersoon een vereniging, een coöperatie of een onderlinge waarborgmaatschappij is;
e. door een beschikking van de Kamer van Koophandel als bedoeld in artikel 19a;
f. door de rechter in de gevallen die de wet bepaalt.
in liquidatie.
.Verder volgt uit de stukken dat de ontvanger weliswaar beslag had gelegd, maar dat de afwikkeling van dit beslag in 2024 is aangehouden in afwachting van een onderzoek bij de FIOD. Belanghebbende heeft gesteld dat zij geen activiteiten meer ontplooide en dat zij schulden had die de baten overtroffen en dat in die situatie een zogenoemde turboliquidatie, een liquidatie zonder vereffening, kan plaatsvinden. Ter zitting heeft belanghebbende nog gesteld dat het formulier 17a juist is ingevuld omdat er geen baten meer waren en belanghebbende op dat moment geen onderneming meer dreef. Dit alles leidt evenwel niet tot een ander oordeel omdat uit de stukken die de inspecteur heeft overgelegd volgt dat nog in 2023 sprake was van baten. De omstandigheden dat een executoriaal beslag is gelegd en dat de schulden de baten overtroffen maken dat niet anders omdat het beslag gelet op de opmerking in het systeem van de ontvanger niet is uitgewonnen maar is aangehouden. De stelling dat de schulden de baten overtreffen, kan het hof bij gebrek aan verdere gegevens en zonder afsluitende balans per 31 december 2017 niet verifiëren. Verder heeft belanghebbende gesteld dat zij een turboliquidatie heeft toegepast. Daarmee staat vast dat belanghebbendes vermogen niet is vereffend. Het hof gaat daarom ervan uit dat een vereffening niet heeft plaatsgevonden en dat belanghebbende ten tijde van het opleggen van de (navorderings)aanslagen is ontbonden, maar gelet op artikel 2:19, lid 6, BW niet is opgehouden te bestaan.
[belanghebbende] ,
Op grond van artikel 5, lid 1, eerste volzin AWR geschiedt de vaststelling van een belastingaanslag door het ter zake opmaken van een aanslagbiljet door de inspecteur. Bekendmaking van een aanslag zal doorgaans in overeenstemming met de hoofdregel van artikel 3:41, lid 1, Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) plaatsvinden door toezending of uitreiking van het aanslagbiljet. [5] De omstandigheid dat een door de inspecteur opgemaakt aanslagbiljet vervolgens aan de belastingschuldige bekend is gemaakt op een andere wijze dan is voorzien in artikel 8, lid 1, IW 1990, doet geen afbreuk aan de rechtsgeldigheid van de uit dat biljet blijkende belastingaanslag [6] . Gedurende de periode dat een rechtspersoon is ontbonden maar nog niet is opgehouden te bestaan, kan een ten name van die rechtspersoon vastgestelde belastingaanslag worden bekendgemaakt door toezending aan de vereffenaar dan wel, indien er meer dan één vereffenaar is, aan één van die vereffenaars. [7]
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, met uitzondering van de beslissingen over de vergoeding van immateriële schade en het griffierecht;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van deze uitspraak.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).