Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Uitgangspunten in cassatie
3.Procedure voor het Hof
4.Beoordeling van de middelen
.
,inhoudende dat geen aan hem bekende baten meer aanwezig zijn. Daarvoor is ook vereist dat die mededeling juist is.
Hoge Raad
Belanghebbende, een Curaçaose naamloze vennootschap, is in 2015 geliquideerd en opgehouden te bestaan wegens gebrek aan baten. De Nederlandse Inspecteur stelde informatiebeschikkingen vast omdat belanghebbende niet aan informatieverplichtingen voldeed. Belanghebbende maakte bezwaar, dat aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard, maar door het Hof Arnhem-Leeuwarden werd gegrond verklaard en de informatiebeschikkingen vernietigd.
Het geschil betrof onder meer de vraag of de Nederlandse belastingrechter bevoegd was te oordelen over het bestaan van belanghebbende en of de informatiebeschikkingen terecht waren gegeven. Het Hof oordeelde dat de vereffening was geëindigd en belanghebbende was opgehouden te bestaan, waardoor zij niet meer kon voldoen aan de informatieverplichtingen. De Hoge Raad toetste deze oordelen en bevestigde dat de Nederlandse belastingrechter bevoegd is en dat het Hof terecht de informatiebeschikkingen vernietigde.
De Hoge Raad overwoog dat het recht van Curaçao niet als vreemd recht geldt en dat het oordeel van het Hof over het bestaan van belanghebbende niet onbegrijpelijk is. Tevens is bevestigd dat na het ophouden van het bestaan van een rechtspersoon geen informatieverplichtingen meer kunnen worden opgelegd. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de informatiebeschikkingen worden vernietigd.