ECLI:NL:HR:2013:BX9762
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Voortzetting procedure tegen ontbonden rechtspersoon ondanks verkeerde partij en vereffening
In deze zaak vorderde Unidek een verklaring voor recht dat HDI Holding dekking moest verlenen onder een verzekering, terwijl de juiste verzekeraar Hannover International Insurance was. HDI Holding wees op het feit dat zij niet de verzekeraar was en dat de vordering tegen haar niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
HDI Holding deed echter uitlatingen namens haar dochtermaatschappij Hannover dat zij de verplichtingen zou nakomen indien vastgesteld werd dat zij daartoe gehouden was. Hierdoor ontstond vertrouwen bij Unidek dat de procedure inhoudelijk zou worden behandeld, ondanks het feit dat de verkeerde partij was gedagvaard. De rechtbank wees de vordering af, maar oordeelde dat er voldoende belang was bij inhoudelijke behandeling. Het hof verklaarde Unidek niet-ontvankelijk omdat HDI Holding was ontbonden en de vereffening was beëindigd.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en oordeelde dat de procedure tegen HDI Holding voortgezet kan worden, ook na ontbinding en vereffening, op grond van artikel 2:19 lid 6 en Pro 2:23c lid 1 BW. De uitlatingen van HDI Holding creëerden een voldoende belang bij inhoudelijke beoordeling. Het beroep van HDI Holding dat Unidek belang mist faalde, omdat Unidek ook een zelfstandig belang had bij beoordeling in deze procedure.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling ondanks ontbinding en vereffening van HDI Holding.