Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
22 februari 2024, nummers BRE 22/5913 en 5914, in het geding tussen belanghebbende en
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
- Op 11 juli 2023 heeft belanghebbende bij de Belastingdienst de “Inkomensverklaring kwalificerend buitenlands belastingplichtige” voor de jaren 2017 en 2018 ingediend.
- De ingediende verklaringen (in de Poolse taal) vermelden geen inkomsten en zijn ter goedkeuring ondertekend en gestempeld door de Poolse belastingdienst op 31 mei 2023.
3.Geschil en conclusies van partijen
4.Gronden
allezijnerzijds gedane uitlatingen. De rechter dient het beginsel dat door de belastingdienst bij een belastingplichtige ten aanzien van een te volgen gedragslijn opgewekt vertrouwen moet worden gehonoreerd af te wegen tegen het beginsel dat de wet moet worden toegepast. [1] Indien naar de objectieve beschouwing van de rechter redelijkerwijze over de uitlegging van bepaalde uitlatingen kan worden getwijfeld, in die zin dat zowel een uitlegging in overeenstemming met de wet als in strijd met de wet verdedigbaar is, behoort de rechter aan een uitlegging in overeenstemming met de wet de voorkeur te geven. [2] Bovendien dient voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel in dit verband door de belastingplichtige aannemelijk gemaakt te worden dat hij afgaande op – achteraf bezien onjuiste – informatie, een handeling heeft verricht ten gevolge waarvan een hoger bedrag van hem wordt geheven dan hij op basis van die informatie meende te moeten betalen. [3]
belastingplicht. Het doel daarvan is om te kunnen vaststellen of 90% of meer van het inkomen van een buitenlands belastingplichtige in Nederland is belast, zodat voor de inkomstenbelasting de buitenlands belastingplichtige vergelijkbaar is met een binnenlands belastingplichtige. Uit het formulier en de toelichting valt nergens op te maken dat het invullen van de verklaring mede betrekking heeft op de premieplicht of premieheffing. Voor de premieplicht gelden andere voorwaarden en aanknopingspunten die verband houden met de periode waarin iemand vanwege werkzaamheden verzekerd is in Nederland. Aan de toelichting bij het formulier kan voor de premieplicht dus geen in rechte te beschermen vertrouwen over de behandeling van iemand voor de premieheffing volksverzekeringen worden ontleend.
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond, en
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).