Uitspraak
[X]te
[Z]tegen de uitspraak van het Gerechtshof te
Arnhemvan 27 september 1978 betreffende de hem opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting voor het jaar 1976;
150,--
99,--
2.835,--
2.520,60
3.700,--
6.405,--
Hoge Raad
Belanghebbende, een invalide militair, had voor het jaar 1976 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd gekregen waarbij de Inspecteur slechts een deel van zijn autokosten als buitengewone last erkende. Belanghebbende stelde dat hij met de Inspectie een telefonische afspraak had gemaakt over de aftrek van autokosten boven 15.000 kilometer tegen een kilometerprijs van f 0,35.
Het Hof oordeelde dat deze afspraak niet bindend was omdat deze niet schriftelijk was bevestigd en dat de autokosten binnen de normale bestedingen vielen. Het beroep van belanghebbende werd afgewezen. In cassatie betoogde belanghebbende dat de Inspecteur wel degelijk op de hoogte was van de afspraak en dat hij zich op het gewekte vertrouwen mocht beroepen.
De Hoge Raad stelt dat de fiscus niet aan alle uitlatingen gebonden is, maar dat bij toezeggingen die het vertrouwen wekken en niet duidelijk strijdig zijn met de wet, het vertrouwensbeginsel geldt. Het Hof heeft een onjuiste rechtsopvatting gegeven door te eisen dat afspraken schriftelijk bevestigd moeten zijn. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling met inachtneming van het vertrouwensbeginsel.
Deze uitspraak benadrukt het belang van het beginsel van behoorlijk bestuur en het vertrouwen dat belastingplichtigen mogen hebben in toezeggingen van de fiscus, mits deze niet evident onjuist zijn en de belastingplichtige op die toezeggingen heeft gehandeld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling met inachtneming van het vertrouwensbeginsel.