Uitspraak
- i) De wettelijke vertegenwoordiger van de verdachte rechtspersoon, [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ), is ten tijde van de aanhouding en de voorlopige hechtenis – vanaf 10 oktober 2017 tot en met 26 januari 2018 – en tijdens de mondelinge behandeling ter terechtzitting van de rechtbank van 28 januari 2018 bijgestaan door de raadsman mr. A.L. Stegeman, advocaat te Heerlen.
- ii) Tijdens de mondelinge behandeling ter terechtzittingen van de rechtbank van 10 november 2020 en 1 december 2020 werd de verdachte rechtspersoon uit eigen keuze van [medeverdachte 1] niet bijgestaan door een raadsman of -vrouw. De rechtbank heeft [medeverdachte 1] gewezen op de gevolgen van die keuze. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat zij voor deze terechtzittingen afstand doet van haar recht op rechtsbijstand, maar dat zij mogelijk in een latere fase wel gebruik wil maken van een raadsman of -vrouw. Dit geldt tevens voor de verdachte rechtspersoon die door [medeverdachte 1] is vertegenwoordigd.
- iii) Tijdens de mondelinge behandeling ter terechtzittingen van de rechtbank van 18 mei 2021, 1 juni 2021 en van 9, 10, 11, 15, 16, 18, 22, 23 november 2021 en 9 december 2021 werd de verdachte rechtspersoon bijgestaan door de raadsman mr. M.C.J. Schoenmakers, advocaat te ’s-Hertogenbosch.
- iv) De appelschriftuur is op 5 januari 2022 ingediend namens de verdachte rechtspersoon door mr. Schoenmakers voornoemd.
- v) Op 7 januari 2022 heeft mr. A.F.Th.M. Heutink, advocaat te Gennep, zich gesteld als opvolgend advocaat van de verdachte rechtspersoon en een aanvulling op de appelschriftuur ingediend.
- vi) Het hof heeft op 26 juni 2024 bericht ontvangen dat strafzaak van de verdachte rechtspersoon in hoger beroep is overgenomen van mr. Heutink door LEFF advocaten te Nijmegen. Tijdens de regiezitting van het hof op 8 oktober 2024 werd de verdachte rechtspersoon bijgestaan door mr. P.T.H. Janssen, advocaat te Nijmegen.
- vii) Op 9 april 2025 heeft mr. P.J.F.M. de Kerf, advocaat te Nijmegen, zich gesteld als raadsman van de verdachte rechtspersoon. Op 4 juli 2025 heeft [medeverdachte 1] , mede namens de verdachte rechtspersoon, het hof per e-mail bericht dat mr. De Kerf zich heeft onttrokken.
- viii) Op 15 september 2025 is door de strafgriffie een e-mailbericht gestuurd naar [medeverdachte 1] dat in overleg met de voorzitter van de strafkamer contact is gezocht met een advocaat die [medeverdachte 1] en de verdachte rechtspersoon kan bijstaan en een voorstel gedaan voor een advocaat (mr. M. Verschoor, Hertoghs Advocaten). [medeverdachte 1] heeft dit voorstel afgewezen.
- ix) [medeverdachte 1] heeft per e-mailbericht van 24 september 2025 gereageerd dat de verdachte rechtspersoon tijdens de mondelinge behandeling ter terechtzittingen van het hof van 6 november 2025, 11 november 2025 en 20 november 2025 niet zal worden bijgestaan door een raadsman of -vrouw en dat de straf- en ontnemingszaak desondanks doorgang kunnen vinden.
- x) De verdachte rechtspersoon is tijdens de behandeling ter terechtzittingen van het hof van 6 november 2025, 11 november 2025, 20 november 2025 en 15 januari 2026 niet bijgestaan door een raadsman of -vrouw. [medeverdachte 1] heeft toegelicht dat zij zichzelf – gelet op de complexiteit van de zaak en haar kennis van het dossier – het meest geschikt acht om haar verdediging en de verdediging van de vennootschappen, waaronder de verdachte rechtspersoon, te voeren. De zoektocht van [medeverdachte 1] naar een geschikte raadsman of -vrouw heeft tot niets geleid.
‘the proceedings as a whole were not fair’. In het zeer uitzonderlijke geval dat op deze grond de niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging in beeld komt, hoeft echter niet – in zoverre stelde de Hoge Raad in 2020 de eerder gehanteerde maatstaf bij – daarnaast nog te worden vastgesteld dat de betreffende inbreuk op het recht op een eerlijk proces doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte heeft plaatsgevonden. [9]
- i) gevallen waarin het uitsluiten van bepaalde resultaten van het opsporingsonderzoek van het gebruik voor het bewijs noodzakelijk is om een schending van artikel 6 EVRM Pro te voorkomen en
- ii) gevallen waarin sprake is van een vormverzuim waarbij het recht van de verdachte op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM Pro niet (rechtstreeks) aan de orde is, maar waarbij het gaat om de schending van een ander strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel.
Rechtsmacht ten aanzien van feiten 1 en 2
feit 1, 4e gedachtestreepje). Het vorenstaande is de aanleiding geweest om nader onderzoek te doen naar [verdachte] en de verantwoordelijke personen binnen deze onderneming. Het doel van dit onderzoek was om na te gaan of [verdachte] in Nederland en in het buitenland meer financieringen had uitstaan en of deze financieringen mogelijk met uit enig misdrijf verkregen gelden zouden zijn gefinancierd.
- Medeverdachte [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) is vanaf de oprichting van [verdachte] in 1997 als directeur en aandeelhouder betrokken;
- Vertegenwoordiger en medeverdachte [medeverdachte 1] is vanaf 2013 als aandeelhouder betrokken bij [verdachte] ;
- [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn betrokken bij een groot aantal buitenlandse rechtspersonen, met name offshore companies;
- [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn beiden al jaren geleden uitgeschreven uit Nederland. Het is onbekend wat zij sinds dat moment hebben gedaan c.q. wat de herkomst van hun vermogen is;
- [verdachte] is niet terug te vinden (behoudens bij de Kamer van Koophandel in [plaats 1] ) in openbare bronnen als zijnde een investeerder en financier van onroerend goed;
- Het bedrijf heeft geen website en maakt geen reclame voor haar activiteiten;
- Het vestigingsadres van [verdachte] is een Secretary (trustkantoor) in een bedrijfsverzamelgebouw in [plaats 1] ;
- [verdachte] is een offshore company uit [plaats 1] , waar de jaarstukken niet hoeven te worden gedeponeerd;
- Er is geen duidelijkheid over waar de daadwerkelijke administratie gevoerd wordt van [verdachte] en/of de andere aan [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] gelieerde buitenlandse ondernemingen;
- Op een drietal facturen van [verdachte] is een Nederlands mobiel telefoonnummer vermeld als contact; er is geen telefoonnummer van [verdachte] in [plaats 1] vermeld;
- Op deze facturen van [verdachte] is als contact email adres vermeld: [e-mailadres] , dit bedrijf heeft zichtbaar geen enkele relatie met [verdachte] . Kennelijk beschikt [verdachte] niet over een eigen e-mailadres en/of internetdomein;
- Op deze drie facturen van [verdachte] is een postadres vermeld in [plaats 3] Nederland. Dit adres in [plaats 3] is tevens het vestigingsadres van een drietal ondernemingen, die direct of indirect zijn gelieerd aan [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] ;
- De financiële betrokkenheid van [verdachte] in onroerend goed in Nederland en in het buitenland bedroeg in 2015 tenminste € 35.348.000,-;
- De leningen worden verstrekt aan ondernemingen/personen die op een reguliere wijze (in Nederland geregistreerde financiers) geen dan wel zeer moeilijk financieringen kunnen verkrijgen omdat zij reeds in een niet rooskleurige financiële positie verkeren en/of in onderzoek zijn bij de justitiële autoriteiten;
- De overeengekomen rentepercentages liggen tussen de 7% en 10%. Dit is opmerkelijk hoger dan het reguliere percentage dat Nederlandse financiële instellingen rekenen;
- Een van de personen waaraan een lening wordt verstrekt is [betrokkene 2] . [betrokkene 2] zegt in een tapgesprek uit 2014 dat hij besprekingen over de financiering door [verdachte] heeft gevoerd met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in [plaats 3] , dat er een fonds zou zijn van 180 miljoen dat beschikbaar is om risicovol uitgeleend te worden.
- Buitenlandse rechtspersonen worden vaker gebruikt voor het witwassen van criminele inkomsten, omdat het moeilijk is om de herkomst van het geld te achterhalen;
- Een belangrijk instrument voor het verhullen van de uiteindelijk gerechtigde is het gebruik van trusts of offshore vennootschappen. Een offshore vennootschap kan snel worden opgericht en worden bestuurd door een lokaal trustkantoor, vaak vindt dit plaats in een belastingparadijs waar een strikt bankgeheim geldt en er geen verplichtingen zijn de jaarrekening te publiceren;
- Het gebruik van stromannen, een familielid, partner of een buitenlandse rechtspersoon, vaak offshore, die het vastgoed als juridische eigenaar op hun naam zetten. De crimineel kan dan anoniem blijven;
- De meest bekende witwasmethode bij financieringen is de loanback-constructie. Via een financieringsovereenkomst leent de crimineel zijn eigen criminele geld terug. Feitelijk bestaat deze uit niet meer dan een leningsovereenkomst tussen twee – ogenschijnlijk – onafhankelijke partijen. Als geldverstrekker wordt meestal een buitenlandse partij opgevoerd, bijvoorbeeld een buitenlandse rechtspersoon.
- Het gebruik van rechtspersonen is belangrijk bij witwassen, 93% van de criminele samenwerkingsverbanden met witwasactiviteiten maakt gebruik van rechtspersonen.
- In het proces-verbaal aanvraag uitoefenen bevoegdheden in een besloten plaats d.d. 16 januari 2017, procesverbaalnummer: 743D, wordt onder meer de start van het strafrechtelijk onderzoek en de verdenkingen jegens de verdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] beschreven. Dit betreft, zoals eerder genoemd, de verdenking van witwassen (PV26) en overtreding van de Wft (PV403). Daarnaast is beschreven dat uit onderzoek is gebleken dat verdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] betrokken zijn bij [verdachte rechtspersoon 1] en dat het vermoeden bestaat dat de relevante (fysieke en digitale) administratie rondom de financieringen van [verdachte] en de bedrijven van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aanwezig is in het bedrijfspand van [verdachte rechtspersoon 1] in [plaats 3] . Gelet hierop wordt voorgesteld om een heimelijke doorzoeking uit te voeren in dit bedrijfspand. Om de heimelijke doorzoeking uit te kunnen voeren is een intensieve voorbereiding nodig. Hiervoor is nodig dat de aangewezen opsporingsambtenaren (heimelijk) het bedrijfspand kunnen betreden en opnemen. Deze bevoegdheid wordt ingezet op grond van artikel 126k Sv. De heimelijke doorzoeking zal uiteindelijk plaatsvinden onder leiding van de officier van justitie op grond van artikel 96c in verbinding met artikel 125i Sv.
- Door de officier van justitie wordt jegens de verdachte rechtspersoon op 17 januari 2017 ex artikel 125k Sv schriftelijk bevel gegeven de besloten plaats, te weten het bedrijfspand van [verdachte rechtspersoon 1] in [plaats 3] , heimelijk te betreden teneinde die plaats op te nemen (743C).
- In het proces-verbaal aanvraag doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 15 maart 2017, procesverbaalnummer: 934, zijn de beschrijvingen van de start van het strafrechtelijk onderzoek en de verdenkingen jegens de verdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] herhaald. Tevens is beschreven dat door de officier van justitie ex artikel 127k Sv schriftelijk bevel is gegeven het bedrijfspand van [verdachte rechtspersoon 1] in [plaats 3] heimelijk te betreden en op te nemen in het kader van de intensieve voorbereiding van de heimelijke doorzoeking. Geconcludeerd wordt dat het in het belang van het opsporingsonderzoek dringend noodzakelijk is een doorzoeking te verrichten in het voornoemde bedrijfspand ter inbeslagneming conform artikel 96c in verbinding met artikel 125i Sv.
- In het proces-verbaal van bevindingen “Doorzoeking ter vastlegging van gegevens ex artikel 125i Wetboek van Strafvordering” d.d. 23 maart 2017, proces-verbaalnummer: 743F, is het volgende geverbaliseerd:
- De doorzoeking op 19 maart 2017 is verricht onder leiding van de officier van justitie op grond van artikel 96c in verbinding met artikel 125i Sv. Artikel 125i Sv geeft aan de officier van justitie de bevoegdheid tot het doorzoeken van een plaats – anders dan een woning of een kantoor van een persoon met bevoegdheid tot verschoning – ter vastlegging van gegevens.
- Het bevel ex artikel 125k Sv van de officier van justitie d.d. 17 januari 2017 ziet op het (heimelijk) betreden van het bedrijfspand van [verdachte rechtspersoon 1] in [plaats 3] teneinde die plaats op te nemen en de latere doorzoeking op grond van artikel 96c in verbinding met artikel 125i Sv intensief voor te bereiden.
Witwassen (feit 1)
- [verdachte] heeft niets om het lijf.
- [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] lenen via de opgetuigde constructie indirect aan en van zichzelf.
- [verdachte] maakt winst die in [plaats 1] niet wordt belast. –
- Een volgbare en toetsbare stroom documenten die inzichtelijk maakt hoe [verdachte] aan het uit te lenen geld komt, ontbreekt. Er is slechts een paper trail vanaf [verdachte] naar de partijen die geld lenen, al bestaan daar soms wel verschillende versies van. De bron waar [verdachte] daadwerkelijk uit put, blijft onzichtbaar.
- [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gebruikten de bankrekeningen van hun rechtspersonen in [plaats 1] als hun persoonlijke portemonnee. Ze nemen wat ze nodig hebben.
- Er worden kunstgrepen toegepast waardoor [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] persoonlijk buiten beeld blijven voor de fiscus, zoals het zich uitschrijven als inwoner van Nederland, ondanks dat men verblijft en werkt in Nederland, het stallen van vermogen op een Zwitserse bankrekening en het opvoeren van een alternatieve vermogensbron voor [verdachte] in de persoon van de niet-Nederlandse [medeverdachte 3] .
“Rapport over de geloofwaardigheid en weergave van een retrogade controle van op het verleden georiënteerde financiële overzichten voor mevrouw [medeverdachte 1] ”(D1586A), opgemaakt d.d. 11 juni 2018 door Mark Reiser (hierna: het rapport Reiser) geen bewijskracht behoort te hebben, omdat dit rapport aantoonbare onjuistheden bevat, niet verifieerbaar is en de uitkomsten hoogst onwaarschijnlijk zijn.
meermalen gepleegd.
BESLISSING
geldboetevan
€ 720.000,00 (zevenhonderdtwintigduizend euro).