Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil en conclusies van partijen
4.Gronden
kan niet worden uitgesloten”, “behoeven ook nog een beoordeling”, “de voortdurende onduidelijkheid over en de kwalificatie van de activiteiten die vanaf medio 2012 […] plaatsvinden”) en dat hij graag de feitelijke situatie met belanghebbende zou willen aanschouwen, bespreken en beoordelen. Dat de inspecteur in de procedure ten aanzien van de aanslag IB/PVV 2012 de positie heeft ingenomen dat geen sprake is van in Nederland belaste winst uit onderneming, doet hier niet aan af. In die procedure wilde belanghebbende dat een verlies in aanmerking zou worden genomen, terwijl de inspecteur dus kennelijk naar zijn mening onvoldoende zicht had op de relevante feiten en omstandigheden. Het is daarom verklaarbaar dat de inspecteur in die procedure heeft gesteld dat niet aannemelijk is gemaakt dat sprake is van (negatief) te belasten winst uit onderneming, omdat onduidelijkheid bestond over het bestaan van een vaste inrichting in Nederland. Dit brengt tevens met zich mee dat in latere jaren steeds opnieuw moet worden bezien of de bekende feiten en omstandigheden zijn gewijzigd, welke bewijslast geldt en waartoe dat in die jaren dan leidt.
€ 1.250 aan belanghebbende, en de Minister van Veiligheid en Justitie veroordeeld tot vergoeding van een bedrag van € 500 aan belanghebbende. De rechtbank is hierbij uitgegaan van het juiste toetsingskader. Het hof onderschrijft het oordeel van de rechtbank en neemt de gronden daartoe over. Voor een hogere vergoeding van immateriële bestaat dan ook geen aanleiding.
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond;
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.
www.hogeraad.nl).