Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
verklaarthet hoger beroep ongegrond en
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbenden zijn in hoger beroep gekomen tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2010, opgelegd naar aanleiding van de fictieve vervreemding van aanmerkelijkbelangaandelen door het overlijden van erflater in 2010.
De Inspecteur stelde de navorderingsaanslag vast nadat bleek dat in de erfbelastingaangifte geen gebruik was gemaakt van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit en in de IB/PVV-aangifte geen inkomen uit aanmerkelijk belang was aangegeven. Belanghebbenden betoogden dat er geen nieuw feit was en dat de Inspecteur ambtelijk verzuim had gepleegd, en vorderden proceskostenvergoeding.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur geen ambtelijk verzuim had begaan omdat de aangifte IB/PVV juist was geautomatiseerd beoordeeld en er geen aanleiding was tot nader onderzoek. De uitwisseling van gegevens tussen inspecties vormde een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde. Daarnaast wees het Hof het verzoek om proceskostenvergoeding af, omdat geen bijzondere omstandigheden waren die dit rechtvaardigden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag inkomstenbelasting en heffingsrente worden bevestigd zonder toekenning van proceskostenvergoeding.