Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/298006/HAZA 15-256)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord;
- het pleidooi van 30 januari 2018, waarbij partij [appellant] pleitnotities heeft overgelegd.
3.De beoordeling
- Gemeente [gemeente] , sectie [sectie] nummer [nummer 1] (hierna: het voorperceel), voorzien van enkele gebouwen, en
- Gemeente [gemeente] , sectie [sectie] nummer [nummer 2] (hierna: het achterperceel), zijnde een weiland.
- een toezegging van een wethouder over legalisering van een zonder vergunning gerealiseerd bouwwerk hoogstens als een positieve intentie ten aanzien van een eventuele vergunningaanvraag kan gelden (ECLI:NL:RVS:2008:BC4230),
- uitlatingen van één wethouder in een brief of in een gemeentelijk gremium het voltallige college niet binden tot meewerken aan verlening van vrijstelling van het bestemmingsplan (ECLI:NL:RVS:2008:BG8248), en
- aan een brief van het college dat er bouwvergunning verleend kan worden voor illegale bouwwerken, nog geen toezegging tot het verlenen van vrijstelling van het bestemmingsplan kan worden ontleend (ECLI:NL:RVS:2008:BG4694).
4.De uitspraak
P.V. Eijsvoogel en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 20 maart 2018.