ECLI:NL:HR:2015:3395

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 november 2015
Publicatiedatum
26 november 2015
Zaaknummer
15/03467
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek schuldsanering zonder terugwijzing

In deze zaak heeft de rechtbank Overijssel het verzoek tot toepassing van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) niet-ontvankelijk verklaard. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigde dit vonnis maar wees het verzoek op inhoudelijke gronden af. De vraag was of het hof het verzoek had moeten terugwijzen voor een inhoudelijke beoordeling door de rechtbank.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verzoeker verworpen. De klachten van de verzoeker leiden niet tot cassatie omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. De Hoge Raad bevestigt daarmee de devolutieve werking van het appel in WSNP-zaken en de bevoegdheid van het hof om het verzoek inhoudelijk af te wijzen.

Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken. De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten die de lijn bevestigen dat het hof niet verplicht is tot terugwijzing als het verzoek inhoudelijk kan worden beoordeeld.

Deze uitspraak bevestigt de procedurele positie van het hof in WSNP-zaken en verduidelijkt de toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de inhoudelijke afwijzing van het verzoek tot toepassing van de WSNP door het hof zonder terugwijzing.

Uitspraak

27 november 2015
Eerste Kamer
15/03467
EE/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. S.M. Kingma.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak met het insolventienummer C/08/14/795 F van de rechtbank Overijssel van 8 juni 2015;
b. het arrest in de zaak 200.171.427/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 juli 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot vernietiging.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (HR 17 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:96, en HR 17 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:97, NJ 2015/68).

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, G. Snijders, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
27 november 2015.