Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
4.Beslissing
27 november 2015.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de rechtbank Overijssel het verzoek tot toepassing van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) niet-ontvankelijk verklaard. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigde dit vonnis maar wees het verzoek op inhoudelijke gronden af. De vraag was of het hof het verzoek had moeten terugwijzen voor een inhoudelijke beoordeling door de rechtbank.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verzoeker verworpen. De klachten van de verzoeker leiden niet tot cassatie omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. De Hoge Raad bevestigt daarmee de devolutieve werking van het appel in WSNP-zaken en de bevoegdheid van het hof om het verzoek inhoudelijk af te wijzen.
Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken. De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten die de lijn bevestigen dat het hof niet verplicht is tot terugwijzing als het verzoek inhoudelijk kan worden beoordeeld.
Deze uitspraak bevestigt de procedurele positie van het hof in WSNP-zaken en verduidelijkt de toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de inhoudelijke afwijzing van het verzoek tot toepassing van de WSNP door het hof zonder terugwijzing.