ECLI:NL:GHSHE:2010:BM5099
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ambtshalve vermindering voorlopige aanslag vennootschapsbelasting en heffingsrentevergoeding
Aan belanghebbende, een vennootschap, was een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting over 2006 opgelegd van €147.950. Naar aanleiding van de ingediende aangifte werd deze ambtshalve verminderd tot €50.024 zonder vergoeding van heffingsrente. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze vermindering en verzocht om een negatieve voorlopige aanslag met heffingsrentevergoeding.
Het Hof beoordeelde of de Inspecteur terecht geen heffingsrente vergoedde en oordeelde dat de keuze voor ambtshalve vermindering zonder rentevergoeding in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel en het beleid van de staatssecretaris. De Inspecteur had moeten kiezen voor een negatieve voorlopige aanslag met rentevergoeding. Het Hof stelde vast dat de ambtshalve vermindering juridisch geconverteerd kon worden in een negatieve voorlopige aanslag, waardoor bezwaar ontvankelijk was.
De heffingsrente werd berekend op €2.019,46 na verrekening van reeds betaalde invorderingsrente. Het Hof vernietigde het vonnis van de Rechtbank, verklaarde het bezwaar ontvankelijk en gegrond, en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten. Het oordeel versterkt de rechtsbescherming van belastingplichtigen tegen onjuiste renteberekeningen bij voorlopige aanslagen.
Uitkomst: Het Hof verklaart het bezwaar ontvankelijk en gegrond en wijzigt de heffingsrentebeschikking tot een vergoeding van €2.019,46 aan belanghebbende.