Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
- een beschikking gewijzigde heffingsgrondslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2016;
- een navorderingsaanslag inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet (ZVW) 2016 naar een bijdrage-inkomen van € 11.705;
- een verliesbeschikking inkomstenbelasting 2016, waarbij het bedrag van het te verrekenen verlies per 31 december 2016 is vastgesteld op € 3.646;
- een beschikking vaststelling niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek, waarbij de stand van de niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek per 31 december 2016 is vastgesteld op € 3.946;
- een navorderingsaanslag IB/PVV 2017 naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 10.099;
- een navorderingsaanslag ZVW 2017 naar een bijdrage-inkomen van € 13.745;
- een verliesbeschikking inkomstenbelasting 2017, waarbij het bedrag van het te verrekenen verlies per 31 december 2017 is vastgesteld op nihil;
- een beschikking vaststelling niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek, waarbij de stand van de niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek per 31 december 2017 is vastgesteld op € 3.946;
- een navorderingsaanslag IB/PVV 2018 naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 14.427;
- een navorderingsaanslag ZVW 2018 naar een bijdrage-inkomen van € 17.057;
- een beschikking vaststelling niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek, waarbij de stand van de niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek per 31 december 2018 is vastgesteld op € 3.946;
- een aanslag IB/PVV 2019 naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 17.023;
- een aanslag ZVW 2019 naar een bijdrage-inkomen van € 17.023.
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- wijst de zaak terug naar verweerder om eiseres in de gelegenheid te stellen om te worden gehoord en opnieuw op de bezwaren te beslissen;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.312,50;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 100 (€ 50 in SGR 22/4232 en € 50 in SGR 22/4237) aan eiseres te vergoeden.”
- verklaart de beroepen ongegrond;
- veroordeelt de Minister tot het betalen aan eiseres van een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van € 1.500;
- gelast de Minister het door eiseres betaalde griffierecht van € 51 aan haar te vergoeden.”
1.Afwijking(en) per onderdeel van de aangifte
2.Berekening
€ +7.030
- of sprake is van een nieuw feit dat navordering over de jaren 2016 tot en met 2018 rechtvaardigt;
- of de inkomsten van belanghebbende in de jaren 2016 tot en met 2019 kwalificeren als winst uit onderneming of als loon;
- of de Inspecteur het vertrouwensbeginsel, het gelijkheidsbeginsel, dan wel het verbod van reformatio in peius heeft geschonden.
De aangiften zagen verzorgd uit en gaven geen aanleiding om nader onderzoek te doen” bevat, is onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de Inspecteur. Voornoemde zinsnede kan immers ook binnen de context van een automatische afdoening worden gelezen. Uit deze opmerking kan derhalve niet zonder meer worden afgeleid dat de aangiften handmatig zijn beoordeeld. Zelfs indien dat wel het geval zou zijn, is deze opmerking op zichzelf bovendien onvoldoende om te concluderen dat de Inspecteur in redelijkheid had behoren te twijfelen aan de daarin opgevoerde aftrekposten voor ondernemers. Gelet op het voorgaande bestond de niet-onwaarschijnlijke mogelijkheid dat de in de aangiften opgenomen gegevens juist waren, en was de Inspecteur dus niet tot nader onderzoek gehouden. Dat de Inspecteur de aangiften geautomatiseerd heeft afgedaan doet niet hieraan af. Gelet op voornoemde uitspraak van de Hoge Raad wordt het toetsingskader immers niet anders indien de aangifte niet wordt ‘uitgeworpen’ voor nader onderzoek. Van een ambtelijk verzuim is derhalve geen sprake.
- Belanghebbende besteedt gemiddeld ongeveer 35 uur per week aan de werkzaamheden voor het bureau.
- De werkzaamheden van belanghebbende zijn als volgt opgebouwd. Eerst voert zij een oriënterend gesprek met een potentiële cliënt (
- Belanghebbende heeft dagelijks contact met het bureau. Zij heeft ook regelmatig contact met andere consulenten van het bureau (er wordt vergaderd via beeldbellen) en zij heeft één keer in de zes weken een bijeenkomst met tien andere consulenten, die de gehele dag duurt.
- Belanghebbende heeft naast het bureau geen andere opdrachtgevers waarvoor zij (betaalde) werkzaamheden verricht.
- Belanghebbende staat met betrekking tot haar werkzaamheden voor het bureau niet als ondernemer ingeschreven in het Handelsregister.
- Belanghebbende stuurt geen facturen aan het bureau. Het bureau verstrekt maandelijks een schriftelijke opgave aan belanghebbende van de over die maand door het bureau verschuldigde provisie.
- Het bureau renseigneert de aan belanghebbende uitbetaalde provisie door middel van een IB-47 formulier aan de Belastingdienst.
- Belanghebbende doet met betrekking tot haar activiteiten voor het bureau geen aangifte voor de omzetbelasting.