GERECHTSHOF DEN HAAG
Team Belastingrecht
meervoudige kamer
nummers BK-25/508 tot en met BK-25/515
Uitspraak van 20 januari 2026
[X]te [Z] , belanghebbende,
(gemachtigde: B. Benard)
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
(vertegenwoordiger: […] )
op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 15 mei 2025, nummers SGR 24/4759, SGR 24/4764, SGR 24/4765, SGR 24/4766, SGR 24/4767, SGR 24/4768, SGR 24/4771 en SGR 24/4862.
1.1. Aan belanghebbende zijn over de jaren 2016 tot en met 2018 de volgende navorderingsaanslagen opgelegd, zijn voor het jaar 2019 de volgende aanslagen opgelegd en zijn de volgende beschikkingen gegeven:
- een beschikking gewijzigde heffingsgrondslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2016;
- een navorderingsaanslag inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet (ZVW) 2016 naar een bijdrage-inkomen van € 11.705;
- een verliesbeschikking inkomstenbelasting 2016, waarbij het bedrag van het te verrekenen verlies per 31 december 2016 is vastgesteld op € 3.646;
- een beschikking vaststelling niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek, waarbij de stand van de niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek per 31 december 2016 is vastgesteld op € 3.946;
- een navorderingsaanslag IB/PVV 2017 naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 10.099;
- een navorderingsaanslag ZVW 2017 naar een bijdrage-inkomen van € 13.745;
- een verliesbeschikking inkomstenbelasting 2017, waarbij het bedrag van het te verrekenen verlies per 31 december 2017 is vastgesteld op nihil;
- een beschikking vaststelling niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek, waarbij de stand van de niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek per 31 december 2017 is vastgesteld op € 3.946;
- een navorderingsaanslag IB/PVV 2018 naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 14.427;
- een navorderingsaanslag ZVW 2018 naar een bijdrage-inkomen van € 17.057;
- een beschikking vaststelling niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek, waarbij de stand van de niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek per 31 december 2018 is vastgesteld op € 3.946;
- een aanslag IB/PVV 2019 naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 17.023;
- een aanslag ZVW 2019 naar een bijdrage-inkomen van € 17.023.
Bij de (navorderings)aanslagen IB/PVV en ZVW is steeds bij gelijktijdig gegeven beschikking belastingrente in rekening gebracht.
1.2. Bij uitspraak op bezwaar van 3 juni 2022 heeft de Inspecteur de tegen onderhavige (navorderings)aanslagen en beschikkingen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.
1.3. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank. In verband daarmee is een griffierecht geheven van € 100. De Rechtbank heeft bij uitspraak van 22 februari 2024 in de zaken met zaaknummers SGR 22/4232, SGR 22/4233, SGR 22/4234, SGR 22/4235, SGR 22/4236, SGR 22/4237 en SGR 22/4238 als volgt geoordeeld, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiseres en de Inspecteur als verweerder:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- wijst de zaak terug naar verweerder om eiseres in de gelegenheid te stellen om te worden gehoord en opnieuw op de bezwaren te beslissen;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.312,50;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 100 (€ 50 in SGR 22/4232 en € 50 in SGR 22/4237) aan eiseres te vergoeden.”
1.4. Bij uitspraak op bezwaar van 24 april 2024 heeft de Inspecteur de tegen voornoemde (navorderings)aanslagen en beschikkingen gemaakte bezwaren opnieuw ongegrond verklaard.
1.5. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank. In verband daarmee is een griffierecht geheven van € 51. De Rechtbank heeft bij uitspraak van 15 mei 2025 als volgt geoordeeld, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiseres:
- verklaart de beroepen ongegrond;
- veroordeelt de Minister tot het betalen aan eiseres van een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van € 1.500;
- gelast de Minister het door eiseres betaalde griffierecht van € 51 aan haar te vergoeden.”
1.6. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank van 15 mei 2025 hoger beroep ingesteld bij het Hof. In verband daarmee is een griffierecht geheven van € 143. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. Daarnaast heeft de Inspecteur op 5 december 2025 een nader stuk ingediend.
1.7. De mondelinge behandeling van de zaken heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 9 december 2025. Partijen zijn verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.
2.1. Belanghebbende heeft op 2 augustus 2011 een overeenkomst gesloten met [het bureau] om als consulent diensten te verrichten (de overeenkomst). Het bureau heeft tot doel het via haar bemiddeling tot stand brengen van duurzame relaties tussen man en vrouw.
2.2. De overeenkomst bevat, voor zover van belang, de volgende bepalingen:
“Artikel 1
Consulent zal voor het bureau diensten verrichten welke diensten zullen bestaan uit het verstrekken van informatie over het bureau aan potentiële cliënten en mogelijke verwijzers, het inschrijven en begeleiden van cliënten en al hetgeen daarmee samenhangt, alsmede het in samenwerking met het bureau vergroten van de naamsbekendheid daarvan.
Artikel 2
Het bureau machtigt hierbij consulent, die hierbij deze machtiging aanvaardt, om voor en namens het bureau personen als cliënten in te schrijven, de daarvoor benodigde overeenkomsten te sluiten en de door de cliënten betaalde bedragen in ontvangst te nemen.
Artikel 4
1.a. Consulent zal bij het inschrijven van cliënten van het bureau hun persoonlijke gegevens en de door hen geuite wensen met betrekking tot te ontmoeten partners vastleggen op de door het bureau ter beschikking gestelde vragenformulieren (de intake-kaart en het partnerformulier). Tevens zal de consulente bij inschrijving zijn/haar persoonlijke indruk van cliënten op deze formulieren weergeven, welke indruk is bestemd voor de oordeelsvorming van het bureau over de aldus ingeschreven cliënten. Vervolgens zal consulent partnertips uit het eigen bestand toevoegen.
1.b. Consulent sluit met de cliënt(e) namens het bureau de daarvoor benodigde overeenkomst, maakt betalingsafspraken conform de hiervoor geldende regelingen en neemt de door cliënt(e) betaalde bedragen in ontvangst.
1.c. Consulent zal ingevulde vragenformulieren en bemiddelingsovereenkomsten die door hem/haar en cliënt(e) zijn ondertekend binnen 24 uur na invulling c.q. ondertekening opsturen naar het bureau.
(…)
3. Consulent draagt zorg voor een adequate begeleiding van, in ruime zin, en dienstverlening aan cliënten. Hiertoe zorgt de consulent voor een zorgvuldige administratie en een goede telefonische bereikbaarheid. Dit houdt onder meer in dat de consulent bij vakanties en andere meerdaagse afwezigheid zorg draagt voor adequate, deskundige vervanging, bijvoorbeeld door de telefoon door te schakelen naar de regioleid(st)er of een andere consulent. (…)
4. Consulent bepaalt zelf op welk tijdstip hij/zij afspraken zal maken met potentiële cliënten voor het verstrekken van informatie over het bureau of voor het inschrijven als cliënt(e).
Artikel 6
1.a. Na inschrijving van de cliënt(e) conform de door het bureau gestelde tarieven, onder in achtneming van het in de overeenkomst met de cliënt(e) gestelde en na ontvangst van de overeengekomen inschrijf-, administratie- en bemiddelingskosten ontvangt consulent het vastgestelde percentage van de door cliënt betaalde gelden, zijnde een vergoeding ten behoeve van begeleiding van, in ruime zin, en dienstverlening aan cliënten.
(…)
2.a. Het percentage kan variëren tussen de 14, 16 en 18%. Het percentage wordt per kalenderjaar vastgesteld, waarbij voor het komend jaar een percentage wordt vastgesteld op grond van het in het afgelopen jaar behaalde omzetniveau.
Artikel 8
1. Deze overeenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd, zulks met in achtneming van hetgeen bepaald is in lid 2 van dit artikel, en vangt aan op de dag van ondertekening van de overeenkomst door het bureau.
2. Beide partijen kunnen de overeenkomst beëindigen met in achtneming van een opzegtermijn van twee maanden tenzij in onderling overleg anders wordt overeengekomen. Opzegging dient schriftelijk te geschieden.
(…)”
2.3. Belanghebbende heeft haar inkomsten met betrekking tot haar activiteiten voor het bureau in haar aangiften IB/PVV 2016 tot en met 2018 verantwoord als winst uit onderneming. De in die aangiften gespecificeerde balansopstellingen bevatten geen activa en passiva per balansdatum. De verantwoorde omzet bedraagt:
2016: € 11.705
2017: € 13.745
2018: € 17.057
2.4. De aanslagen IB/PVV en ZVW en de daarbij gegeven verliesbeschikkingen en beschikkingen vaststelling niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek voor de jaren 2016 tot en met 2018 zijn conform de aangiften IB/PVV opgelegd. De aanslagen zijn opgelegd in respectievelijk 2018, 2019 en 2020.
2.5. Voor het jaar 2019 heeft belanghebbende haar activiteiten voor het bureau in haar aangifte IB/PVV 2019 ook verantwoord als winst uit onderneming. De in die aangifte gespecificeerde balansopstelling bevat geen activa en passiva per balansdatum. De verantwoorde omzet bedraagt € 17.023.
2.6. In 2021 is een boekenonderzoek ingesteld bij belanghebbende inzake de aanvaardbaarheid van de aangiften IB/PVV voor de jaren 2016 tot en met 2019. De bevindingen van het onderzoek zijn neergelegd in een controlerapport van 13 januari 2022 (het rapport). In het rapport is geconcludeerd dat de inkomsten van belanghebbende niet als winst uit onderneming, maar als loon uit (fictieve) dienstbetrekking kwalificeren. De correcties die om die reden volgens het rapport moeten worden toegepast, betreffen het niet in aanmerking nemen van (niet-gerealiseerde) zelfstandigenaftrek, MKB-winstvrijstelling, kostenaftrek en bijtelling van de van aftrek uitgesloten kosten. Deze correcties luiden als volgt en leiden in de onderhavige jaren tot de volgende inkomens uit werk en woning (na verliesverrekening):
2016
2017
2018
2019
Aangegeven fiscale winstberekening
€ -
€ 3.978
€ 7.453
€ 7.881
Af: van aftrek uitgesloten kosten
€ -62
€ -66
€ -
€ -21
Bij: kostencorrecties
€ 1.181
€ 1.265
€ 1.110
€ 599
Bij: zelfstandigenaftrek
€ 7.280
€ 7.280
€ 7.280
€ 7.280
Bij: correctie zelfstandigen aftrek voorgaande jaren
€ 3.306
€ 640
€ -
€ -
Bij: MKB-winstvrijstelling
€ -
€ 648
€ 1.214
€ 1.284
Gecorrigeerde fiscale winstberekening
€ 11.705
€ 13.745
€ 17.057
€ 17.023
2016
2017
2018
2019
Aangegeven box 1-inkomen werk en woning
€ -6.63l
€ 3.978
€ 4.823
€ 7.881
Bij: correctie fiscale winstberekening
€ 1.181
€ 1.265
€ 1.110
€ 599
Af: correctie niet aftrekbare kosten
€ -62
€ -66
€ -
€ -2l
Bij: correctie zelfstandigenaftrek
€ 7.280
€ 7.280
€ 7.280
€ 7.280
Bij: correctie zelfstandigenaftrek voorgaande jaren
€ 3.306
€ 640
€ -
€ -
Bij: correctie MKB-winstvrijstelling
€ -
€ 648
€ 1.214
€ 1.284
Vastgesteld box 1-inkomen werk en woning
€ 5.074
€ 13.745
€ 14.427
€ 17.023
Af: te verrekenen verlies
€ -5.074
€ -3.646
€ -
€ -
Box 1-inkomen werk en woning na verliesverrekening
€ -
€ 10.099
€ 14.427
€ 17.023
2.7. Voor de jaren 2016 tot en met 2018 heeft de Inspecteur, conform de correcties zoals vermeld in het rapport, de navorderingsaanslagen IB/PVV en ZVW opgelegd en in samenhang daarmee de eerder gegeven verliesbeschikkingen en beschikkingen vaststelling niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek gecorrigeerd.
2.8. Voor het jaar 2019 heeft de Inspecteur een definitieve aanslag IB/PVV en een definitieve aanslag ZVW opgelegd in afwijking van de aangifte van belanghebbende, door de correcties zoals deze volgen uit het boekenonderzoek door te voeren.
2.9. In een brief met dagtekening 18 februari 2025 heeft de Inspecteur zijn voornemen geuit om af te wijken van de aangifte IB/PVV 2020. In deze brief staat, voor zover van belang:
“Op 7 januari 2025 ontving ik uw aangifte inkomstenbelasting, premies volksverzekeringen (IB/PVV) en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW) 2020. Ik ben van plan om van deze aangifte af te wijken. (…)