ECLI:NL:CRVB:2020:877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.W.H.I. Korte
- W.F. Claessens
- M. van Paridon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag algemene bijstand wegens te hoog inkomen zelfstandige ondanks beroep op vertrouwensbeginsel
Appellante, een zelfstandige met een speelgoedwebwinkel en kinderboeken, vroeg algemene bijstand aan nadat eerdere aanvragen op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) waren afgewezen. Het college wees de aanvraag af omdat haar inkomen hoger was dan de norm, waarbij geen rekening werd gehouden met bedrijfskosten.
Appellante voerde aan dat zij op grond van een toezegging van een consulent mocht verwachten dat haar inkomen als zelfstandige zou worden vastgesteld met aftrek van bedrijfskosten, waardoor zij recht zou hebben op bijstand. De Raad oordeelde dat deze toezegging niet zo uitgelegd kon worden, mede omdat de mededeling was gedaan in het kader van een lopende bezwaarprocedure tegen een Bbz-besluit en niet gericht was op een algemene bijstandsaanvraag.
De Raad benadrukte dat het systeem van de Participatiewet en het Bbz 2004 strikt is en dat algemene bijstand niet bedoeld is voor zelfstandigen die onder het Bbz vallen. De aanvraag is daarom terecht afgewezen en het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om algemene bijstand wordt afgewezen omdat het inkomen van appellante hoger is dan de norm en het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt.