Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 1 mei 2024
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
€ 48.874
Hof]
“Niet voldoen aan informatieplicht (artikel 47 lid 1 en Pro artikel 49 lid 1 AWR Pro)
Waarde woning Frankrijk is €150.000. Hoe het bedrag van € 300.000 in de aangifte 2014 van [A] terecht is gekomen is ons onduidelijk".
zelfaangegeven dat de waarde van de woning in Frankrijk € 300.000 bedraagt. Niet aannemelijk is dat de waarde van de woning in Frankrijk in 2 jaar tijd met € 150.000 is gedaald immers over het algemeen stijgt de waarde van onroerend goed juist. Gezien het voorgaande ben ik van mening dat de waarde van de woning in Frankrijk (ad. € 300.000) niet te hoog is vastgesteld en is gebaseerd op een redelijke schatting. U heeft geen nadere gegevens overgelegd om uw stelling dat de waarde van de woning € 150.000 zou bedragen, te ondersteunen.
Beslissing (verzuim)boete:
Oordeel van de Rechtbank
Vereiste aangifte
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
- hij heeft in 2001 dan wel 2002 een lening verstrekt aan [C] en in verband daarmee in 2016 een bedrag van € 24.000, bestaande uit de aflossing van de hoofdsom en rente, contant terugontvangen van deze derde;
- [A] heeft in 2016 haar eenmanszaak verkocht voor een koopsom van € 10.500. De koper van de eenmanszaak heeft dit bedrag contant betaald en belanghebbende heeft dit bedrag op zijn bankrekening gestort;
- [A] dreef in 2016 ook een onderneming onder de naam ‘ [Eenmanszaak 2] ’. De opbrengsten van [Eenmanszaak 2] zijn contant betaald en gestort op belanghebbendes bankrekening die deze bedragen weer heeft doorgestort naar de rekening van [A] ;
- hij genoot huurinkomsten uit woningen in Spanje en Frankrijk. De huur werd veelal contant betaald; en
- de contanten zijn terugbetalingen van leningen. De daarvoor benutte gelden heeft hij destijds geleend van zijn moeder.