Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 24 oktober 2024
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
- terecht geen rekening is gehouden met een vermindering wegens schade en met een correctie wegens het schadeverleden van de auto, oftewel of de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat op de juiste hoogte is vastgesteld;
- de verschuldigde bpm kan worden herleid uit de herrekende bruto bpm die is vastgesteld op basis van de restwaarde van een eerder ingevoerd referentievoertuig;
- de Rechtbank terecht geen vergoeding van immateriële schade heeft toegekend.
- tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank;
- tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar;
- primair tot vernietiging van de naheffingsaanslag;
- subsidiair tot vaststelling van de herrekende bruto bpm op € 8.022, de verschuldigde bpm op € 2.988 en tot vermindering van de naheffingsaanslag tot € 2.141;
- meer subsidiair tot vaststelling van de inkoopwaarde op een bedrag van € 34.982 (conform het onderzoek waardebepaling DRZ minus € 1.400 correctie wegens het schade-verleden van de auto), tot vaststelling van de verschuldigde bpm op € 2.988 en tot vermindering van de naheffingsaanslag tot € 2.141;
- tot toekenning van een vergoeding van immateriële schade.
Proceskosten en griffierecht
Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, doch uitsluitend voor zover deze betrekking heeft op de vergoeding van immateriële schade;
- veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding van de door belanghebbende geleden immateriële schade tot een bedrag van € 500;
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende in beroep en hoger beroep, vastgesteld op € 875, en
- gelast de Inspecteur aan belanghebbende een bedrag van € 458 aan griffierechten te vergoeden.